Column

Zelfs hier heeft Kagame de touwtjes in handen

Niemand mocht weten waar de RwandaDay was. En van protesten wilde president Kagame al helemaal niets hebben, merkte Paul Buckley.

Op 3 oktober vond in de RAI in Amsterdam RwandaDay plaats. Dit evenement wordt elk jaar in een ander land gehouden, ter ere van de afkomst van geëmigreerde Rwandezen. Duizenden van hen werden uit heel Europa in door hun thuisland betaalde bussen naar Amsterdam gereden. Aldaar konden zij een panel discussion volgen over Rwanda, hun heritage vieren en naar een speech van president Paul Kagame luisteren.

Aangezien Rwanda tussen 2014 en 2017 maar liefst 190 miljoen euro (een half procent van het Rwandese BBP) Nederlandse ontwikkelingshulp krijgt, wilde ik als nieuwsgierige Nederlander aanwezig zijn bij RwandaDay. De tickets waren gratis, maar nergens op de website stond waar de dag zou plaatsvinden. Op telefoontjes en mailtjes aan de organisatie en ambassade werd niet gereageerd.

Op de ochtend van het evenement kwam informatie online: ik moest naar de RAI. Er waren geen tijden beschikbaar. Toen ik aankwam, belandde ik in de bussengarage in een wirwar van wachtrijen om voor de security in de rij te staan. Mobieltjes mochten niet mee naar binnen.

Rwanda krijgt de hoogste ontwikkelingssteun per capita ter wereld. Het bewind van Kagame is voor het Westen het bewijs dat ontwikkelingshulp werkt. Er worden banen gecreëerd. De landbouwproductie neemt toe. Als wereldleiders naar Rwanda gaan, krijgen ze een land te zien waarin de president ongekend populair is en armoede stelselmatig verdreven wordt. Rwandese oppositiepartijen beweren dat de verhalen over de Rwandese economische groei geflatteerd zijn. Zij opereren vanuit het buitenland – in hun thuisland zijn ze niet meer veilig. Zo werd dissident Patrick Karegeya begin 2014 in Zuid-Afrika vermoord.

Twee weken geleden werd tijdens het Rwandacongres aan de Vrije Universiteit onderzoek gepresenteerd van An Ansoms en Margot Leegwater, waaruit blijkt dat er van die economische groei op macroniveau niets te merken is op microniveau. Er zijn hoogstens banen verdwenen. Maar onderzoekers die negatief over Rwanda publiceren, mogen het land niet meer in. En wanneer er internationaal kritiek op Kagames beleid wordt geuit, is diens wedervraag steevast: „En waar was jij in 1994?” Daarmee doelt hij op de westerse passiviteit tijdens de genocide.

In de RAI vroeg ik me af hoe een bijeenkomst waar vijfduizend mensen werden verwacht zo slecht georganiseerd kon zijn. Ik vertrok voortijdig. Boven het evenementencentrum cirkelde een gigantische politiehelikopter. Ondertussen werd ik gepasseerd door een dozijn politiewagens met gillende sirenes en piepende banden. Ze stopten iets verderop, bij ongeveer veertig Rwandezen. Zij protesteerden tegen Kagame. Om hen heen stond de politie, gummiknuppels in de hand, met norse blikken. Een agent stond voor een bestelbusje waaruit geblaf kwam. Met tegenzin legde hij uit waarom er zoveel politie op de been was. De protesteerders hadden geen vergunning aangevraagd. En dat mag natuurlijk niet.

Daarom was de informatievoorziening zo slecht. Het was bewust. De organisatie van RwandaDay heeft protesteerders gedwongen de Nederlandse wet te breken, omdat ze op deze manier niet op tijd konden zijn met het aanvragen van een vergunning. Daardoor kon hun stem niet meer worden gehoord. Hiermee wordt onze wet gebruikt om de vrijheid van meningsuiting te onderdrukken, en we laten het maar gebeuren. Zelfs in Nederland heeft Kagame de touwtjes in handen.