Spoorgoederenvervoerders vangen bot bij rechter

Het spoor bij Utrecht Centraal. Foto Sander Koning / ANP

Een poging van spoorgoederenvervoerders om een beslissing van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) bij de rechter aan te vechten, is mislukt. Hun beroep is vanochtend door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag niet ontvankelijk verklaard omdat het beroep te laat werd ingediend. Een door de goederenvervoerders beoogd kort geding is hiermee van de baan.

De zaak gaat over de gebruiksvergoeding die spoorbeheerder ProRail ontvangt van vervoerders voor gebruik van het spoor. Het betreft een aanzienlijk deel van van de inkomsten van ProRail, naast subsidie van het Rijk. Na een klacht van de regionale vervoerders Arriva, Connexxion, Veolia en Syntus besloot de ACM deze zomer dat de tarieven van ProRail voor deze vervoerders omlaag moeten. Hun treinen zijn namelijk lichter dan NS-treinen en veroorzaken daardoor minder slijtage aan het spoor.

Tarieven voor goederenvervoerders omhoog

De verlaging voor de regionale vervoerders betekent echter een verhoging voor de zware treinen van de goederenvervoerders. Hun collectieve kosten gaan van 299 miljoen euro dit jaar naar 330 miljoen in 2016. Anders dan NS kunnen de goederenvervoerders hun hogere kosten niet doorberekenen aan hun klanten. Die kiezen in dat geval voor buitenlandse spoorroutes of vervoer over het water of de weg.

Brancheorganisatie KNV en DB Schenker, de grootste goederenvervoerder op het Nederlandse spoor, verzetten zich daarom tegen het besluit van de ACM. Zij willen dat de regering twee jaar de tijd neemt om de invoering van Europese wetgeving voor te bereiden. De tarieven moeten volgens hen geleidelijk en minder drastisch worden verhoogd.

Termijn overschreden of niet?

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven oordeelde vanochtend alleen over de ontvankelijkheid van de bezwaren tegen het ACM-besluit. Daarbij ging het om de vraag of de beroepstermijn van zes weken wel of niet was overschreden. Volgens KNV en DB Schenker ging die termijn pas in op 24 juli, een dag nadat het besluit via de website van de ACM werd gepubliceerd. Eerder wisten zij van niets.

Volgens de ACM en de regionale vervoerders begon de termijn op 3 juli, een dag na bekendmaking van het besluit aan de direct betrokken partijen, namelijk ProRail en de regionale vervoerders. Het was immers een ‘geschilbesluit’ op aanvraag, geen besluit over het beleid van een branche. De rechter gaf de ACM en de regionale vervoerders gelijk. De spoorgoederenvervoerders dienen nu waarschijnlijk een klacht in bij de ACM, een procedure die negen maanden kan duren.