Oud? Dat is eng, en dus negeren we ons pensioen

We willen graag zelf beslissen wat we met ons geld doen. Dus ook met ons pensioen. Maar ondertussen denken we liever niet na over later. Is daar iets aan te doen?

Illustratie Daniel Roozendaal

We willen heel graag zelf meer beslissen over ons pensioen. Zeggen we, als het ons wordt gevraagd in enquêtes. En het lukt. Als er iets is wat de komende jaren zo goed als zeker verandert aan het pensioen, is dat het: we krijgen meer vrijheid om te kiezen. Want waarom moeten we sparen bij het fonds van onze werkgever? Kan ons pensioen niet wat eerder of later ingaan? En kunnen we niet eerst wat meer krijgen, als we nog fit zijn en willen reizen, en later wat minder?

Het betekent wél dat we meer moeten gaan nadenken over onze toekomst. En dát willen we juist helemaal niet.

Uit onderzoek blijkt al jaren dat mensen weinig weten over hun pensioen, ondanks al het geld dat de overheid en pensioenfondsen uitgeven om het ‘pensioenbewustzijn’ in Nederland te vergroten – tussen 2002 en 2012 alleen al zo’n 3,2 miljard euro, blijkt uit een studie van Universiteit Tilburg.

De meeste Nederlanders weten niet hoeveel pensioenpremie ze betalen, ruim de helft weet niet hoeveel ze te besteden zullen hebben als gepensioneerde en wie het wel denkt te weten, rekent meestal op een te hoog bedrag.

Waarom is dat zo? En is er iets aan te doen?

Als je aan jongeren vraagt waar ze aan denken bij het woord ‘oudere’, ontdekte de Amsterdamse hoogleraar psychologie Victor Lamme, dan komen ze niet aan met ‘golfen’ of ‘lange vakanties’. Hun associaties zijn ‘ziekte’, ‘armoede’ en ‘dood’. Dat is dan niet een periode van je leven waar je al graag aan denkt, zelfs als je juist nu iets tegen dat schrikbeeld van armoede zou kunnen doen.

Uit neurologisch onderzoek onder twintigers in de Verenigde Staten, in 2009, blijkt dat het brein van jongeren geen onderscheid maakt tussen de ouderen die ze zelf ooit zullen worden en volstrekte vreemden. Als ze dachten aan ‘sparen voor als ik oud ben’, vertoonden ze dezelfde hersenreactie als bij de gedachte ‘geld geven aan een onbekende’.

Bij dertigers en veertigers is de belangstelling voor het eigen leven als oudere nauwelijks groter. Pensioenexperts zien dat veel mensen pas over hun pensioen nadenken als dat dichtbij komt. En dan is het te laat om nog te beginnen aan extra pensioenspaarregelingen.

Ariane Bazan, hoogleraar klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles, verklaart het uit angst voor de dag dat we beseffen dat ons leven bijna voorbij is, zonder dat we er veel zin aan hebben kunnen geven. „Wij denken als mensen vaak dat we het beste eerst op zoek kunnen gaan naar de veiligheid van werk, prestige of een relatie. Maar we denken er niet over na of dit echt is waarnaar we verlangen. En of we wel werken aan wat we van onszelf willen nalaten na onze dood.”

Iets extra’s regelen kan morgen wel

Wat ongetwijfeld ook meespeelt: een pensioen is een uitgestelde beloning en daar houden mensen niet van. „Wie vandaag 100 euro kan krijgen”, zegt hoogleraar Lamme, „of volgend jaar 200, kiest voor die 100 nu”.

Dat heet delay discounting: door het uitstel daalt in ons hoofd de waarde. Maar in het uitstellen zelf zijn veel mensen juist weer heel goed: eens goed nagaan hoe het zit met je pensioen en misschien iets extra’s regelen, kan morgen nog wel. En ook overmorgen.

Daar komt bij dat mensen steeds onzekerder worden over hun oudedagsvoorziening. Ook wanneer je het nieuws over pensioenen niet goed volgt, weet je: er is gedoe over. De pensioenleeftijd stijgt, maar het bedrag dat je als pensioen krijgt, stijgt lang niet altijd meer mee met de prijzen.

„Die onzekerheid creëert angst”, zegt Victor Lamme. „Dat is een heel basale emotie. En als daarvoor geen simpele oplossing voorhanden is, denk je: wegwezen. Niet meer aan denken.”

Een grote vergissing

Onder Haagse politici heerst het idee: dan moeten de pensioenfondsen het nóg beter uitleggen aan hun deelnemers. „Maar het is een grote vergissing om te denken dat mensen rationeel handelen. Je zou toch denken dat die mensen in de politiek ook weleens een boekje lezen over psychologie?”

Lamme denkt dat fondsen beter kunnen ophouden om mensen een pensioenoverzicht te sturen waarop de ‘verwachte maandelijkse bedragen’ staan. Die bedragen zijn altijd lager dan wat je nu verdient. Lamme: „Dat valt dus tegen. Je kunt het verhaal over iemands pensioen ook anders framen. Laat zien aan je pensioendeelnemers: de fondsen verzamelen een grote zak met geld voor jou, want het gaat echt om heel veel geld. En zeg ook: die fondsen kunnen al dat geld veel beter beleggen dan jij of ik.”

Nog een idee van Lamme: maak duidelijk dat mensen later hun pensioen kunnen gebruiken om hun hypotheek af te betalen. „Dat kan vooral bij dertigers aanslaan. Zij vinden een eigen huis vaak heel belangrijk.”

Uit een ander Amerikaans onderzoek onder jongeren, in 2011, blijkt dat het helpt als ze een gemanipuleerde foto van zichzelf zien als zeventigjarige. Dan zijn ze eerder bereid om geld opzij te leggen voor later.

Zo zijn er allerlei manieren te bedenken waardoor het misschien lukt om mensen te interesseren voor hun oudedagsvoorziening. Maar zolang dat nog niet is gelukt, en als je ervan uitgaat dat ze niet-rationeel handelen, moet je ze dan wel laten meebeslissen over die oude dag?

De illusie van controle

Het gaat over hun eigen geld, daar willen mensen controle over hebben. Of in elk geval „de illusie van controle”, zegt Eduard Ponds, bijzonder hoogleraar economie van collectieve pensioenen in Tilburg en onderzoeker bij pensioenuitvoerder APG. „Mensen willen graag het idee hebben dat ze zelf beslissen, maar bij de argumenten die ze gebruiken over hun pensioen gaan ze wel uit van wat experts hun adviseren.”

Als je mensen veel vrijheid geeft om te kiezen, moet je hen dus ook beschermen tegen experts die uit zijn op zoveel mogelijk winst voor zichzelf. En je moet weten dat de meeste mensen uiteindelijk helemaal niet kiezen, als ze moeite moeten doen voor een keuze.

In de VS zijn er bedrijven met werknemers die sparen voor hun pensioen, tenzij ze zelf duidelijk hebben gemaakt dat ze dat niet willen. Bij zo’n systeem spaart 70 procent van de mensen voor later en doet 30 procent niet mee. Zij krijgen het geld direct. Als een bedrijf het andersom doet en zegt: je spaart niet, tenzij je duidelijk maakt dat je dat wilt, spaart 70 procent van de werknemers níét voor z’n pensioen.

„Als je als overheid of pensioenfonds de goede vragen stelt aan mensen”, zegt Ponds, „kun je hen indelen in profielen. Op basis daarvan kun je standaardoplossingen aanbieden voor hun pensioen, die bij hen passen.” Als je het zo doet, kiezen mensen wel zelf dat wat goed voor hen is – met stevige hulp.