Nog altijd veel te weinig geld voor opvang in regio

Vluchtelingen gaan naar Europa omdat de opvang in de regio in zijn voegen kraakt. Hulporganisaties komen zeker 4 miljard euro tekort.

Grote verschillen tussen landen

Ondanks de vele politieke uitspraken dat opvang in de regio de beste oplossing is voor de vluchtelingencrisis, schiet de financiering van die opvang nog altijd tekort. Dat zegt de hulporganisatie Oxfam.

Voor de opvang van 4,1 miljoen Syrische vluchtelingen in het Midden-Oosten en bijna acht miljoen ontheemden in Syrië zelf is dit jaar bijna 8 miljard euro nodig. Dat geld is nodig voor het financieren van de kampen en voor de financiële bijstand van mensen die buiten de kampen wonen.

Eind september was van dat bedrag 44 procent opgehaald, zegt Oxfam in een nieuw rapport. Het gaat om het bedrag dat de VN-instellingen (zoals de vluchtelingenorganisatie UNHCR en het Wereldvoedselprogramma) plus het Internationale Rode Kruis nodig hebben voor opvang in de regio.

De komende dagen wordt weer vergaderd over de financiering. Maar dat er geldtekort is, lijdt geen twijfel. Deze zomer hebben de VN de hulp aan de vluchtelingen in Jordanië, Libanon en Turkije gehalveerd; zo’n 360.000 vluchtelingen krijgen niets meer.

„De opvang in de buurlanden kraakt in zijn voegen. Dat is de reden waarom steeds meer vluchtelingen de gevaarlijke reis naar Europa ondernemen”, zegt Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib.

Wiens schuld is dat? Niet die van Nederland. Oxfam houdt al jaren statistieken bij over wat de rijke landen geven voor de Syriëcrisis, en wat een redelijk deel (fair share) zou zijn op basis van het bruto nationaal inkomen.

Met 227 procent behoort Nederland in 2015 tot de zeven landen die meer geven dan hun redelijke deel. In Europa doet alleen het Verenigd Koninkrijk het beter, met 229 procent. Uitschieter is Koeweit met 538 procent.

De lijst van landen die minder geven dan hun redelijke deel is langer. Oost-Europese landen scoren over het algemeen slecht. Ook Frankrijk (22 procent), België (46 procent) en Spanje (23 procent) doen te weinig in de berekening van Oxfam.

Overigens is daarbij geen rekening gehouden met de 1,1 miljard euro extra die door de EU is beloofd, omdat nog geen concrete beloften zijn gedaan over waar dat geld naartoe gaat. Overigens begint de EU met een nieuwe marineoperatie om de smokkel van migranten in de Middellandse Zee te bestrijden. Militairen mogen nu ook verdachte boten enteren, doorzoeken, en in beslag nemen.

In een andere berekening heeft Oxfam gekeken naar het aantal vluchtelingen dat elk land zou moeten opnemen. Daar haalt Nederland slechts 7 procent van zijn redelijke deel, met 500 (Syrische) vluchtelingen sinds 2013 in plaats van 6.675. Alleen Noorwegen, Duitsland en Australië hebben meer dan hun redelijke deel aan vluchtelingen opgevangen.

Deze cijfers vertellen maar een deel van het verhaal, omdat het gaat om mensen die vanuit vluchtelingenkampen in Europa zijn hervestigd, niet om vluchtelingen die op eigen kracht naar Europa zijn gekomen. Van die laatsten moet Nederland de komende twee jaar tienduizend mensen opnemen in het kader van het EU-spreidingsplan. Die komen boven op de aanmeldingen in Nederland zelf. Verwacht wordt dat dat het er dit jaar zo’n 35.000 zijn.

Oxfam wil met deze berekening onderstrepen dat er een programma bestaat – hervestiging – waaronder vluchtelingen veilig en legaal naar de EU kunnen komen, „maar dat juist dat programma onderbenut wordt, ook door Nederland”.