Museum dicht, Rubens te koop

Het had een museum moeten worden voor kunst die Spanje, Nederland, België en Luxemburg delen. Maar de subsidies stopten en de bezoekers kwamen niet. Nu gaat het dicht.

Koopje van 70 voor 35 mln: Rubens' Martelaarschap van St. Andreas, nu nog in Museo Carlos de Amberes Madrid

Museo Carlos de Amberes Madrid, waar sinds november vorig jaar Vlaamse en Hollandse meesters te zien waren, is niet meer. De muren van het statige onderkomen in de Madrileense wijk Salamanca zijn leeg. Alleen in de kapel van het gebouw is nog dagelijks (en gratis) een pronkstuk te bewonderen: Het martelaarschap van Sint Andreas, geschilderd door Peter Paul Rubens. Geschatte waarde circa 70 miljoen euro, maar nu noodgedwongen in de verkoop voor de helft van de prijs.

De stichting Carlos de Amberes is als eigenaar van het pand en het schilderij op papier schatrijk, maar na ruim vierhonderd jaar is het einde nabij. „We hebben gewoonweg het geld niet meer om voort te kunnen bestaan”, zegt de Vlaamse directeur Catherine Geens. „Het moment dat we de deuren definitief moeten sluiten is heel dichtbij.”

Eigenlijk was het openen van een nieuw museum aan Calle de Claudio Coello vorig jaar al een noodgreep, om de in financiële nood verkerende stichting nieuw leven in te blazen. De Spaanse koning Felipe VI was als beschermheilige van La Fundación Carlos de Amberes aanwezig toen op 4 november 2014 kunstwerken van Van Dyck, Jordaens, Brueghel en Rubens voor een nieuwe culturele trekpleister in de Spaanse hoofdstad moesten zorgen. Op slechts een paar kilometer afstand van de gouden museumdriehoek: Prado, Reina Sofia en Thyssen-Bornemisza. „Het liep aanvankelijk met zo’n drieduizend bezoekers best goed”, zegt Geens. „Maar we hebben niet genoeg tijd gehad om het museum bij toeristen voldoende bekendheid te geven.”

Twee maanden plat in de zomer

Het museum had nog voort kunnen bestaan tot oktober, maar mede omdat in de hete Madrileense zomer alles twee maanden platligt, werd besloten het in augustus voor gezien te houden. Geens: „Daar kwam ook nog eens bij dat het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen zijn geleende werk terug wilde hebben. We hebben nog geprobeerd of we met de hulp van andere musea iets zouden kunnen organiseren, maar dat is mede door een verzekeringskwestie niet gelukt. Nu is niet alleen aan het museum een einde gekomen, maar wordt ook een uniek stuk cultureel erfgoed van de Lage Landen in Spanje bedreigd.”

Staand voor het enig overgebleven doek van Rubens – ooit geschilderd in opdracht van de Antwerpse Plantijndrukkerij – vertelt Geens over de geschiedenis van de stichting. Die wordt in 1594 opgericht, wanneer Karel van Antwerpen in Madrid overlijdt. Deze Vlaamse koopman laat een reeks huizen na, die bij testament als onderkomen moeten dienen voor armen en pelgrims uit de dan bij het Spaanse rijk behorende ‘Provinciën der Lage Landen’.

Het is een tijd waarin veel Vlaamse en Hollandse kunst wordt gemaakt in opdracht van de Spanjaarden. Vandaag de dag hangen er in verschillende Madrileense musea tal van werken van schilders als Rubens, Brueghel, Rembrandt, Wouwerman en Bosch. „Het is jammer dat het allemaal niet zo geordend is. De overzichtelijkheid ontbreekt”, zegt Geens. „Onze stichting wilde ook een beetje orde proberen te scheppen in het erfgoed, dat ook van ons is.”

In 1987 verandert de opzet en krijgt La Fundación Carlos de Amberes een culturele doelstelling. In 1992 krijgt de uitwisseling tussen Spanje en de Lage Landen serieus vorm, als de voormalige kerk wordt omgebouwd tot een van de best uitgeruste culturele instellingen van Europa. Zij wordt geopend door de Spaanse koning Juan Carlos en diens vrouw Sofía, in het bijzijn van koning Boudewijn van België en Fabiola.

Maar het plan om er een cultureel centrum voor de Benelux in het buitenland van te maken, mislukt. Daar zijn drie redenen voor: een formele opstelling van de Spanjaarden, het taalconflict tussen de Vlamingen en de Walen en Nederlandse voorzichtigheid. Geens: „Dat was destijds een pijnlijke gemiste kans.”

Nederlandse bedrijven helpen wél

Carlos de Amberes moet het doen met Spaanse staatssteun, de Belgische en Nederlandse overheden houden de hand op de knip. Met subsidies van landelijke, regionale en lokale overheden organiseert de stichting activiteiten waarbij de culturele banden tussen Spanje en de Benelux worden benadrukt: tentoonstellingen, conferenties en seminars en zo’n honderd concerten.

Daarbij was wél financiële hulp van Belgische, Nederlandse en Luxemburgse bedrijven. En die was onontbeerlijk. „Ik denk dat het budget van alles wat we georganiseerd hebben wel 30 miljoen euro bedraagt”, zegt Geens. „Dat is zeer waardevol geweest.”

Alles wordt anders als de conservatieve regering van Mariano Rajoy in 2011 de subsidiekraan dichtdraait en de vaste inkomsten van 250.000 euro per jaar wegvallen. Daarmee wordt de basis onder de financiële huishouding weggeslagen.

„We zijn steeds creatief op zoek gegaan naar een andere invulling, zoals het openen van een nieuw museum. Daar geloofden we in, maar het mocht niet zo zijn”, zegt Geens. Ze heeft wel de ideale oplossing: „Verschillende partijen, zoals de Benelux-landen en Spanje, zouden ‘Het martelaarschap van Sint Andreas’ van de stichting kunnen kopen, om het daarna weer aan ons uit te lenen. Dan kunnen we deze culturele instelling blijvend uitbouwen tot een stabiele vertegenwoordiging van de Lage Landen in Spanje.”