Moet de staat geld scheppen? Economen komen er niet uit

Een groep academici plaatst kanttekeningen bij het burgerinitiatief om de macht van banken te breken door hen niet langer naar believen geld te laten scheppen.

De Verleiders speelden vorig jaar Door de bank genomen, waarinde bankensector werd gefileerd. Foto De Verleiders

Eén van de economische debatten van dit moment gaat over iets opmerkelijk basaals: geld. Wie creëert geld eigenlijk? Volgende week krijgt ‘Burgerinitiatief Ons Geld’ spreektijd in een hoorzitting in de Tweede Kamer, afgedwongen met 115.000 handtekeningen. De activisten worden gesteund door de De Verleiders, de makers van het succesvolle theaterstuk Door de bank genomen. Zij willen dat geld scheppen een publieke taak wordt.

Verreweg het meeste geld wordt nu door commerciële banken gecreëerd. Als zij giraal geld uitlenen, waar geen contant geld op de bankbalans tegenover staat, wordt nieuw geld geboren. Volgens het burgerinitiatief leidt dit tot een instabiel financieel stelsel.

Vandaag mengt zich ook een groep academici en experts in de discussie. In een rapport zeggen zij: het kán, de geldschepping weghalen bij de banken en onderbrengen bij een publieke instantie. Maar daar zijn ook nadelen aan verbonden. Het rapport is van Sustainable Finance Lab, een netwerk van academici die een duurzame financiële sector voorstaan. Bekende economen als Herman Wijffels, Arnoud Boot en Arjo Klamer schreven eraan mee.

In grote lijnen deelt Sustainable Finance Lab de analyse van het burgerinitiatief. In het rapport staat dat 95 procent van het nieuwe geld in de wereld komt door kredieten die banken verstrekken. Anders dan veel mensen denken komt dus maar een klein deel van nieuw geld van centrale banken die bankbiljetten drukken. De hoeveelheid krediet ten opzichte van de totale economie is in Nederland sinds medio jaren negentig verdubbeld, van 80 procent van het bbp naar 160 procent. Het gaat vooral om hypotheken. Er is zo een „manisch-depressieve” economie ontstaan, staat in het rapport. In goede tijden wordt te veel geld gecreëerd en lopen de schulden op. In slechte tijden is er nauwelijks krediet voor investeringen in de economie.

„Het is goed dat het burgerinitiatief de discussie is begonnen over geldcreatie”, zegt Wijffels, oud-topman van de Rabobank en hoogleraar Duurzaamheid in Utrecht. „Het huidige systeem betekent dat je geld in omloop brengt als schuld.” Dirk Bezemer, econoom in Groningen en een van de hoofdauteurs, zegt: „Nederland staat met zijn hypotheekschuld in de wereldtop. Het maakt het moeilijker om uit recessies te komen.”

De oplossing van het burgerinitiatief is radicaal: niet de banken maar een publieke instantie gaat beslissen over de geldhoeveelheid, en dan op basis van maatschappelijke overwegingen, geen commerciële. Banken blijven bestaan, maar kunnen alleen nog geld uitlenen dat er al is, namelijk waarvoor ze reserves hebben bij de centrale bank. Het burgerinitiatief grijpt terug op ideeën van Amerikaanse economen in de jaren dertig. Wat onduidelijk blijft, is hoe zo’n publieke geldschepper er precies uit zou zien.

Sustainable Finance Lab somt de nadelen van het voorstel van het burgerinitiatief op. De publieke geldschepper kan onder politieke druk komen te staan, „zeker rond verkiezingstijd”. Dan kan er júist te veel geld worden gecreëerd. Niet-bancaire partijen, zoals geldmarktfondsen, kunnen de regels omzeilen en nog steeds geld creëren. En het is maar de vraag, zegt Bezemer, of een „bureaucratische instelling kan voorspellen welke geldgroei nodig is.”

Strengere regels

De auteurs van het rapport trekken uit die nadelen verschillende conclusies. Klaas van Egmond (Universiteit Utrecht) zal volgende week in de Kamer pleiten vóór een publieke geldschepper. „Je kunt zo’n instelling los zetten van de overheid, net als de rechterlijke macht bijvoorbeeld. Zo ondervang je het bezwaar van politieke beïnvloeding.” Bezemer steunt een alternatief in het rapport: strengere regels in het huidige stelsel.

Op commerciële geldschepping zijn nu al „remmen”, staat in het rapport. Banken kunnen niet eindeloos geld scheppen, want ze moeten een minimum aan kapitaal aanhouden. Recentelijk zijn veel regels aangescherpt. Financiers van banken moeten meebetalen als een bank omvalt. Met dit risico in het achterhoofd zullen zij bij de banken aandringen om voorzichtiger te zijn met krediet verstrekken, zo is de gedachte.

Dat laatste is een „stap in de goede richting”, zegt Wijffels. „Maar of het in ‘goede tijden’ de euforie van steeds meer krediet afremt, is maar zeer de vraag. Het overmatig optimisme zit in zo’n periode in het hele systeem.”

Sustainable Finance Lab stelt maatregelen voor die het systeem „robuuster” moeten maken, zoals hogere vermogenseisen aan banken. Volgens Wijffels en Bezemer is aanpak van de hypotheekmarkt het meest urgent. Bezemer: „Mensen moeten méér eigen geld meenemen als ze een hypotheek willen krijgen. Dat zal de vraag naar hypotheken drukken en de schuld doen dalen.” Wijffels: „Helaas wordt iedereen die dit roept, in Den Haag weggehoond.”