Loonakkoord ambtenaren onder druk na kritiek van DNB en ABP

Pensioenfonds ABP overweegt afwijzing van het loonakkoord voor ambtenaren, blijkt uit een interne notitie.

De loonsverhoging voor 800.000 ambtenaren bij de overheid en in het onderwijs staat onder druk. Het bestuur van pensioenfonds ABP, dat moet besluiten tot verlaging van de pensioenopbouw zodat nu meer loon kan worden uitgekeerd, is kritisch over de gevolgen voor de pensioenen. Ook toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) maakt zich zorgen over de financiële positie van ABP. Dat blijkt uit een interne bestuursnotitie van het pensioenfonds die in het bezit is van deze krant.

De Rijksoverheid en onderwijsinstellingen sloten begin juli met drie vakcentrales een akkoord over ruim 5 procent loonsverhoging in 2015-2016. Ambtenaren bij provincies en gemeenten en universitaire medewerkers krijgen vanaf 2016 vooralsnog 1,4 procent meer loon. Werkgevers betalen het grootste deel van de loonsverhoging, maar een deel (1,8 van de 5 procent) wordt bekostigd door verlaging van de premies voor werkgevers. ABP (2,8 miljoen deelnemers) verlaagt de pensioenopbouw en zal voortaan de ontwikkeling van de prijzen volgen, niet meer die van de lonen.

In de notitie van 28 september staat dat DNB „bezorgd” is over „de kwetsbaarheid van de opgebouwde pensioenen” bij ABP. Er staat volgens de toezichthouder „veel spanning” op de verhouding tussen de premie-inkomsten, de toezeggingen aan deelnemers en de risico’s voor pensioenen. De afspraken uit het loonakkoord zorgen voor een „toename van de spanning”.

Het ABP-bestuur, dat besluiten over de premie neemt, zegt de zorgen van DNB te laten meewegen. Het akkoord leidt tot minder verhogingen en trager financieel herstel, blijkt uit berekeningen. Het streven naar goede pensioenen lijkt mede door het akkoord „verder uit beeld” te raken, aldus het bestuur. Als er een gat valt in de bekostiging van de loonsverhoging, moet het kabinet mogelijk bijspringen. ABP zegt „in overleg” te zijn over het akkoord.