Kostelijk, nietwaar?

Overdag is hij ambtenaar bij het stadsdeel Amsterdam-Noord, ‘s avonds verandert hij in de tekenaar van de strip Van 9 tot 5. Hij wilde anoniem blijven, maar nu maakt Dirk van de Wiel zich bekend.

Eigenlijk wilde de man achter Van 9 tot 5 anoniem blijven. De maker van de strip die op doordeweekse dagen in nrc.next te lezen is en meer dan 26.000 likes heeft op Facebook, heeft een goede baan. De strip mag zijn werk niet in de weg zitten. En hij heeft ook een vrouw en twee kinderen – voor tekenen heeft hij al zo weinig tijd.

Eerdere interviewverzoeken wees hij af, maar nu komt hij toch uit de kast. Aanleiding is het verschijnen van zijn eerste boek, Echt episch dit. Zijn beste afleveringen uit vijf jaar zijn erin verzameld.

Een typische Van 9 tot 5? Plaatje 1: een meisje vraagt aan haar vader hoe hij het zou vinden als ze met een Marokkaan thuis zou komen. Plaatje 2: de man komt achter zijn krant vandaan en zegt: ‘Je weet toch dat ik heel ruimdenkend ben? Jij mag verliefd worden op wie jij wilt.’ Plaatje 3: de vader duikt in zijn krant en zegt: ‘Zolang het maar geen vmbo’er is.’

Het boek zit vol met zulke venijnige scènes, waarin de twist belangrijker is dan de tekening. Geliefde settings: het kantoor, de kroeg, de koffiebar. Geliefde mikpunten: de zuipende kantooryup en de quinoa etende en lattes drinkende hipster.

De verantwoordelijke heet Dirk van de Wiel. Geboren in 1974, komt uit Wijchen (in de buurt van Nijmegen), woont in Amsterdam. Hij lijkt op Marco van Basten, maar dan kaalgeschoren en met een bredere onderkaak, waardoor hij in contouren ook wel wat weg heeft van één van zijn archetypestripfiguurtjes, de manager die zijn medewerkers terroriseert. Zijn beroep? Ambtenaar bij het stadsdeel Amsterdam-Noord, natuurlijk: manager.

„Ik kreeg het idee voor de strip toen ik voor de gemeente Almere werkte, ruim vijf jaar geleden”, vertelt Van de Wiel. „Ik zat in een vergadering, iemand was aan het praten en ik dacht: het zou leuk zijn als jij nu dit en dit zegt, iets sociaal-onwenselijks, wat natuurlijk niet gebeurde. Daar ontstond het idee van een manager die zijn collega’s afblaft. Er schoten steeds allerlei dialoogjes door mijn hoofd. Toen ben ik gaan tekenen.”

Van de Wiel kocht materiaal zodat hij niet steeds hetzelfde poppetje hoefde te schetsen. Hij werkt veel met sjablonen. „Dat is vloeken in de kerk voor de echte stripmakers. Maar ik heb gewoon weinig tijd, ik ben soms 1,5 uur bezig met zo’n ding en moet het in de avonduren doen. Bovendien is het best moeilijk om iets twee keer op dezelfde manier te tekenen. Ik zie mezelf nog niet als een volleerd stripmaker. Ik ken ook niemand anders die dit doet.”

Wanneer is een strip goed?

„Als er een goede dialoog in zit. Ik oefen veel dialoogjes, bijvoorbeeld als ik op de fiets zit. Soms kauw je wat door, maar een echt goede is er meestal in één keer. Een goeie heeft meerdere lagen. Standaardgrapjes over tegenstellingen of zo, dat zijn geen uitschieters.”

Hoeveel strips maak je voor je er een goed genoeg vindt voor de krant?

„Per week maak ik een stuk of negen strips. Vijf komen er in nrc.next en zes in de Vlaamse krant De Morgen. Ik gooi veel dingen op Facebook. De strips die er niet doorkomen zijn niet per se beter, sommige zijn gewoon te grof voor de krant. Eigenlijk zie ik Facebook als mijn primaire podium. Daar reageren mensen op wat je doet, je ziet aan de likes hoe iets wordt gewaardeerd, je kunt dingen uittesten. Het was leuker geweest als ik striptekenaar was in een tijd dat de krant er nog echt toe deed. Maar dat is nou eenmaal niet mijn tijdperk.”

Op zijn werk weten de meeste mensen inmiddels wel van zijn dubbelleven. „Ik heb de hoogste baas netjes schriftelijk kenbaar gemaakt dat ik dit doe, op aanraden van de directeur destijds. Het is nooit een issue geweest. Ik probeer het ook echt gescheiden te houden, het is niet de bedoeling dat mensen zich in mijn werk herkennen. Veel collega’s volgen het wel, zoals andere mensen wanneer ze over hun hobby praten. Ja, sommige mensen interesseert het natuurlijk geen klap.”

Van de Wiel omschrijft zichzelf als iemand die graag observeert en analyseert. „Maar ik heb wel een ironische kijk. Een saaie gemeenteambtenaar? Nee, zo zie ik mezelf niet. Het woord ambtenaar heeft een negatieve connotatie, maar ik heb een dynamische werkplek. Ik werk al zo lang voor de overheid: dat is gewoon mijn werkelijkheid. Ambtenaren, dat zijn mijn mensen, mensen met wie ik gedeelde waarden heb. Ik zou niet weten wat ik anders zou moeten doen.”

Wat zijn de waarden van een ambtenaar?

„Wat ons kenmerkt is dat we gericht zijn op maatschappelijk belang, niet op geld. Niet op kortetermijnsucces. Eigenlijk gaat het nooit over geld, persoonlijk gewin speelt geen rol en we zijn allemaal geïnteresseerd in de politiek, we denken na over maatschappelijke issues.”

Zit in jouw strips ook maatschappijkritiek? Het gaat vaak over hipsters en gentrificatie.

„Als mensen mijn strips normatief vinden, beschouw ik dat niet als compliment. De kunst is juist om een beetje beschrijvend te zijn. Als ik hipsters te kakken zet, is dat niet omdat ik hipsters slecht vind. Maar ik vraag me wel af: waarom doen ze dit, waarom gaan ze op in zo’n stroming? Baard laten staan, haar in ’t vet: iedereen om je heen doet het en toch denk je dat je in een avantgardistische subgroep zit. Zoiets begrijp ik gewoon niet. Maar ze doen geen vlieg kwaad, je kunt er leuk grappen over maken.

„Als er al iets van kritiek in zit, dan gaat het bijvoorbeeld over de ontwikkeling dat ouders hun kind per se naar de beste, witte school willen laten gaan. Dat is iets van mijn eigen generatie, ik voel wel de behoefte daar iets over te zeggen. Ik denk niet dat die prestatiecultuur ons gelukkiger maakt. Ik ben bang voor Amerikaanse toestanden waarbij kinderen als ze veertien zijn al moeten nadenken over de universiteit waar ze heen willen, dat is niet de relaxtheid die ik zo in Nederland waardeer. Dat streven naar perfectie, daar drijf ik de spot mee.”

Je zet je af tegen perfectionisme, maar je bent zelf ook een perfectionist: je kijkt elke dag hoeveel likes je strips hebben op Facebook.

„Je smijt iets de wereld in. Je drukt iets onder iemands neus, mensen lezen het, dan moet het wel goed zijn. Bij een grapje is het heel eenvoudig: als er niet gelachen wordt, heb je gefaald. Ik weet welke scores er bij een post horen. Als je echt hard scoort, geeft dat een gevoel van euforie. Maar een paar mislukkingen achter elkaar… Natuurlijk, dat is de liketerreur, maar het is simpel: als het niet grappig is, is het gewoon kut.”