James Dean komt nooit werkelijk tot leven in ‘Life’

Dane DeHaan (james Dean) en Robbert Pattinson (Dennis Stock) in Life

Anton Corbijns vierde film Life gaat over de moeizame relatie tussen de neurotische fotograaf Dennis Stock en James Dean, de acteur die zich zestig jaar geleden te pletter reed. In een ironisch shot zie je hem nietsvermoedend met een miniatuurautootje spelen, de Porsche waarin hij zijn eind vond.

Na zijn dood werd Dean symbool van de opstandige jeugd, die zich in de jaren vijftig aan de vooravond van de rock-’n-roll afzetten tegen conformistische ouders en autoriteit, toen een nieuw fenomeen. Hij belichaamde de rebelse tiener: stoer van buiten, gevoelig van binnen, met stuurse poses die zomaar konden omslaan in een gekwelde huilbui.

Als Life begint, heeft de 24-jarige Dean net zijn eerste film East of Eden opgenomen en hoopt hij de hoofdrol te krijgen in Rebel Without a Cause. Ook Stock is een ambitieuze beginneling, maar vooralsnog schraapt hij moeizaam een inkomen bij elkaar als fotograaf van filmpremières – in één shot staat hij op de rode loper naast Corbijn, een leuke cameo.

Stock (Robert Pattinson) ziet iets in Dean wat hij maar moeilijk onder woorden kan brengen; vervelend als je opdrachtgevers wilt overtuigen dat je goud in handen hebt. Ook blijkt het lastig de grillige Dean voor zijn camera te krijgen. Die heeft er net zo weinig zin in als in het ster-zijn, iets wat studiobaas Jack Warner (Ben Kingsley) wel van hem verwacht: Dean moet naar premières, keurige interviews geven en geduldig poseren op rode lopers. Zelf bezoekt hij liever de Actor’s Studio, waar hij zich ooit de kneepjes van method acting eigen maakte.

De beroemde foto’s die Stock uiteindelijk van Dean weet te maken, verschenen in Life met als kop ‘moody star’. ‘Reluctant star’ was wellicht beter geweest. Corbijn, een groot fan van Stock, laat ze bij de aftiteling zien: Dean op een druilerig Times Square, met opgestoken kraag tegen de kou en een sigaret bungelend in zijn mondhoek. Dean op de familieranch in Indiana, met zijn bongo te midden van koeien. Foto’s die Corbijn had kunnen nemen, gezien zijn voorkeur voor stemmig, contrastrijk zwart-wit en sterren in verrassende poses die de essentie van hun imago op een of andere manier vatten.

Maar de film wil, vergeef de grap, nergens echt tot leven komen. Het verhaal is teleurstellend conventioneel uitgewerkt en de stijl weinig opzienbarend. Dane DeHaan speelt James Dean als incoherent mompelaar, een overgevoelige ziel die nooit echt over de dood van zijn moeder gekomen is en daarom de emoties zo makkelijk te voorschijn tovert. Een prikkelende stellingname die te weinig uit de verf komt: Dean was geen charismatische rebel maar een moederskindje dat niet de tijd kreeg om zich als acteur echt te bewijzen.