IMF: opkomende landen zijn nu risico

Net nu het Westen een beetje opkrabbelt, zakken opkomende economieën weg. Een bedreiging voor wereldwijde economische groei, waarschuwt het IMF.

Opkomende landen hielden na de Lehman-crisis in 2008 de wereldeconomie aan de gang, terwijl het Westen wegzakte in een langdurige recessie. Dit jaar zijn de rollen omgedraaid. Westerse landen doen het voor hun doen redelijk goed. Maar boven de opkomende landen, en vooral boven de exporteurs van grondstoffen, pakken donkere wolken zich samen.

In de jongste World Economic Outlook waarschuwt het Internationale Monetaire Fonds, dat dit jaar vergadert in de Peruaanse hoofdstad Lima, voor een bedreiging van de wereldwijde economische groei. „Zes jaar nadat de wereldeconomie de zwaarste recessie doormaakte van na de Tweede Wereldoorlog blijft een robuuste en gelijktijdige economische expansie een illusie”, stelt de nieuwe topeconoom van het IMF, Maurice Obstfeld.

Kapitaal op zoek naar rendement

De wereldeconomie kampt volgens de IMF-analyse met drie problemen. De eerste is de groeivertraging in China, dat probeert de overgang te maken van een op export en investeringen gericht groeimodel naar binnenlandse consumptie. Tweede probleem zijn de dalende prijzen voor grondstoffen. Die hangen deels samen met de ontwikkelingen in China, dat tot nu toe de belangrijkste afnemer was van met name metalen. Maar ook de overproductie van olie en de daardoor kelderende olieprijs spelen een belangrijke rol. Olielanden, van Rusland tot Brazilië, hebben het moeilijk. Dat is een fors probleem: Obstfeld zei gisteren dat landen die veel grondstoffen exporteren de helft van de wereldeconomie uitmaken. Canada, Australië en Noorwegen horen daar ook bij.

De problemen die optreden bij de leveranciers aan China en bij de producenten van grondstoffen worden versterkt door een derde kwestie. Met name in opkomende landen is sinds de Lehman-crisis veel geleend. Dat had te maken met een stortvloed van westers kapitaal dat op zoek was naar een hoger rendement dan te behalen viel in de eigen, door de crisis getroffen economie. Maar er is evengoed sprake van zelf veroorzaakte overinvesteringen en een bedrijfsleven dat zelf meer krediet opnam.

Geld buitengaats brengen

Het instromende kapitaal veroorzaakte destijds in veel opkomende landen een stijgende wisselkoers, waardoor de aantrekkelijkheid van een buitenlandse investering alleen maar verder toenam. Nu draait die spiraal om: als het kapitaal wegstroomt, komt de wisselkoers onder druk en vlucht het geld juist sneller weg. Niet alleen het geld van de buitenlandse bedrijven en beleggers, overigens. Het zijn vaak juist lokale burgers en ondernemers die als eersten hun geld buitengaats brengen.

Het International Institute of Finance, de internationale bankiersorganisatie, schat dat de opkomende landen dit jaar voor het eerst sinds 1988 een netto-uitstroom van kapitaal tegemoetzien. Ook China, en kapitaalexport door Chinezen naar economisch veiliger gebieden, spelen hierbij een rol.

Het resultaat van al deze ontwikkelingen: nadat zij kort na de Lehman-crisis de wereldeconomie op sleeptouw namen, maken de opkomende landen als groep nu al hun vijfde achtereenvolgende jaar door van vertragende economische groei.

Het is om deze reden dat het IMF er al het hele jaar op aandringt dat de Amerikaanse centrale bank nog niet begint met het verhogen van de rente. Dat zou de Amerikaanse dollar alleen maar aantrekkelijker maken, de wisselkoers van veel opkomende landen verder onder druk zetten, hun buitenlandse schulden duurder maken en het wegtrekken van kapitaalaanwakkeren.

De risico's zijn groter

De recente nervositeit op de wereldwijde financiële markten, die begon met de de koersdalingen op de effectenbeurzen in China en sindsdien heeft doorgezet, onderstreept volgens het IMF hoe precair de situatie in de wereldeconomie is. „De risico’s op een slechtere uitkomst zijn groter dan we nog maar een paar maanden geleden dachten”, aldus Obstfeld.

Een verdere economische verzwakking laat ook de gevestigde industrielanden zelf niet onberoerd. Hoewel de economische prognoses van het IMF voor 2015 en 2016 gematigd zijn, wijst het Fonds op de risico’s waarmee zij zijn omkleed. Obstfeld waarschuwde gisteren voor de groeivooruitzichten op de langere termijn, omdat de investeringen in het Westen te laag zijn, de productiviteit te weinig stijgt en de vergrijzing in de weg zit.

Een combinatie van een verdere verlaging van de economische groei in de opkomende landen én een verdere uitstroom van kapitaal, kost westerse landen de eerstkomende jaren rond de 0,3 procentpunt aan economische groei per jaar. Dat lijkt niet veel, maar is met name in Europa zo’n beetje het verschil tussen een welvaartsgroei die de werkloosheid laat dalen of niet.