Het klimaatpanel voltooit facelift met nieuwe voorzitter

Nieuwe voorzitter IPCC

Onomstreden Koreaan moet de geloofwaardigheid van het VN-klimaatpanel versterken.

Met de verkiezing van de Zuid-Koreaan Hoesung Lee (69) tot voorzitter is de facelift van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de VN, vrijwel voltooid. Gisteravond werd hij, op een IPCC-vergadering in Dubrovnik gekozen als opvolger van de omstreden Indiër Rajendra Pachauri, die in februari voortijdig het veld moest ruimen nadat hij door een medewerkster was beschuldigd van ongewenste intimiteiten.

Behalve Zuid-Korea hadden nog vijf landen (want het zijn de lidstaten van de VN die het IPCC vormen) een eigen kandidaat. Alle landen mogen – in een geheime stemming – één stem uitbrengen. Na een eerste ronde zonder absolute meerderheid, ging het tussen Lee (die uiteidelijk 78 stemmen kreeg) en de Belg Jean-Pascal van Ypersele (56 stemmen). Vandaag en morgen worden ook nog de co-voorzitters van de werkgroepen gekozen (de belangrijkste inhoudelijke functies), keurig volgens een regionale verdeelsleutel.

Hoesung Lee is volgens de een onomstreden, volgens de ander onuitgesproken. Leo Meyer, lid van de Nederlandse delegatie, noemt Lee „een veilige keuze”. Hij heeft geen grote wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan, zoals de andere kandidaten. klimaatwetenschapper Michael Oppenheimer zegt in The New York Times dat Lee in het verleden „nogal stil” was over klimaatverandering.

Dat is een groot verschil met Van Ypersele, nu nog vicevoorzitter van het IPCC, die wel zijn nek heeft uitgestoken. Sommige delegaties zullen zijn toon daarom wel te ‘alarmistisch’ hebben gevonden. Om diezelfde reden zou ook de Amerikaan Chris Field kunnen zijn afgevallen, hoewel hij een mooi tegenwicht had kunnen bieden aan een eventuele Republikeinse president in de VS. Geen van de huidige Republikeinse presidentskandidaten neemt klimaatverandering serieus.

Vrijwel zeker werkte zijn Zuid-Koreaanse afkomst in het voordeel van Lee. Zoals zo vaak bij de VN speelt het verschil tussen ontwikkelingslanden en geïndustrialiseerde landen een grote rol. In het Kyoto-protocol uit 1997 geldt Zuid-Korea nog als ontwikkelingsland, en de klimaatwereld handhaaft die indeling.

Lee heeft zich gepresenteerd als een bruggenbouwer tussen arme en rijke landen. Hij ziet het als zijn taak meer wetenschappers uit ontwikkelingslanden bij het IPCC te betrekken. De Nederlandse hoogleraar Arthur Petersen relativeert dat tegenover de BBC. Iedereen pleit daarvoor, zegt hij, „maar de vraag is hoe je dat doet”. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van de rapporten.

Het IPCC kan nu een moeilijke periode afsluiten. De organisatie heeft in de afgelopen jaren zwaar onder vuur gelegen. In 2009 werden duizenden e-mails van klimaatwetenschappers gehackt van de website van een Britse universiteit. Daaruit rees volgens sommigen het beeld op van een gesloten bolwerk waarin data werden gemanipuleerd. Een paar maanden later werd in een IPCC-rapport een domme fout ontdekt over de smeltende gletsjers in de Himalaya – alsof de gevolgen van klimaatverandering bewust werden overtrokken. Ook al bleef uiteindelijk van al die kritiek weinig over, de schade was groot.

Het IPCC moet zich komende jaren opnieuw uitvinden. Hoe lang moet men doorgaan met het evalueren van de klimaatwetenschap als de opwarming van de aarde inmiddels ‘met 95 procent zekerheid’ aan de mens kan worden toegeschreven? Hebben de vuistdikke rapporten nog zin als door de trage procedures veel van de kennis al achterhaald is als het rapport verschijnt? Moet niet veel meer worden gekeken naar regionale gevolgen van klimaatverandering? Moeten er deelrapporten komen over oplossingen van klimaatproblemen?

Het IPCC functioneert nu al ruim een kwart eeuw als intermediair tussen wetenschap en beleid – volgens velen een unieke positie. Gezien de complexiteit van het onderwerp zullen beleidsmakers het panel daarom waarschijnlijk nog lang nodig hebben.