Feministisch filmmaker met minimalistische stijl

Chantal Akerman (1950-2015)

Filmmaker

Chantal Akerman inspireerde makers als Gus van Sant, Sofia Coppola en Michael Haneke.

Er zijn maar een handvol scènes die er echt toe doen in de filmgeschiedenis, en de Belgische cineaste Chantal Akerman filmde er zo eentje. Het is het beeld van een vrouw aan een keukentafeltje. Voor haar een plastic teiltje met water waar ze één voor één de geschilde aardappels in laat plonzen. Camera op afstand. Vrouw netjes in het midden. De bovenkant van het kader drukt op haar hoofd als een te laag plafond. Ze zit ingeklemd in haar eigen afgemeten symmetrie. Het was 1975 en de alledaagse saaiheid van het huisvrouwenleven was nog nooit op die manier onderwerp van een film geweest.

Pas 25 jaar was Akerman toen ze deze scène uit Jeanne Dielman, 23 Quai du commerce, 1080 Bruxelles (1975) filmde. Hij werd ontvangen als de eerste grote feministische film, en opende ogen: sindsdien kunnen films nooit meer onbespied en onbevangen naar vrouwen gluren. Maar net zo belangrijk was haar minimalistische stijl die uiteenlopende filmmakers van Michael Haneke tot Sofia Coppola, van Gus van Sant tot Nanouk Leopold inspireerde. Gisteren werd bekend dat Akerman op 65-jarige leeftijd in haar Parijse appartement is overleden. De doodsoorzaak is niet bekend gemaakt.

In haar laatste film No Home Movie, die deze nazomer op het Filmfestival Locarno zijn wereldpremière beleefde, keren die huisvrouw en die keuken terug. No Home Movie is het verslag van het laatste jaar uit het leven van Akermans moeder Natalia, een Pools-Joodse Holocaust-overleefster, die een belangrijke stempel drukte op Akermans leven en werk.

Het zou te simpel zijn om te zeggen dat al dat werk autobiografisch was, maar het persoonlijke klonk er wel altijd in door. In haar vroege films als Je, tu, il, elle (1976) en Letters from Home (1977) reflecteert ze op vragen rondom identiteit en (homo)seksualiteit en keren vaak brieven terug die ze aan haar moeder schreef.

Na een periode waarin ze meer commerciële films maakte, het bekendste is waarschijnlijk A Couch in New York (1996) met William Hurt en Julliette Binoche, legde ze zich toe op essayfilms en video-installaties. Daarin speelden haar Joodse achtergrond en haar depressies in toenemende mate een rol, zoals de dagboekfilm Là-bas die ze in 2006 in Tel Aviv opnam. Daaruit bleek ook een fundamenteel gevoel van ontheemding, een eeuwigdurende diaspora, waarin zowel het hier als het daar van ‘là-bas’, zoals haar familieleden het beloofde land noemden, geen thuis konden bieden. Dit soort persoonlijke observaties werden bij Akerman altijd universeel: ze koppelde ze aan politieke onderwerpen, films over vluchtelingen en mensen die om andere redenen uit de tijd gevallen waren.

Cruciaal voor haar werk was ook haar worsteling met het tweede gebod, dat binnen het christendom en het jodendom het maken van afbeeldingen verbiedt. In haar films leidde dat tot radicale vormen en oplossingen, waarbij soms de belangrijkste dingen ongezien, ongezegd en ongetoond bleven. Waar haar rol als feministisch icoon inmiddels boven twijfel verheven is, zal haar rol als critica en beschouwer van de huidige beeldcultuur de komende jaren nog invloedrijker worden.