DNB bezorgd over Nederlandse banken en pensioenfondsen

Foto: Remko de Waal / ANP

Nederlandse banken en pensioenfondsen kunnen klappen krijgen door de groeiende nervositeit op de financiële markten. Hiervoor waarschuwt De Nederlandsche Bank (DNB) vandaag in het halfjaarlijkse Overzicht Financiële Stabiliteit.

De grilligheid (‘volatiliteit’) op de aandelen-en obligatiemarkten neemt toe, zo constateert DNB. Er zijn vaker korte periodes van hevige prijsschommelingen. Afgelopen zomer daalden de aandelenbeurzen opeens fors door onrust over China. In mei ging de rente op Duitse staatsobligaties in één dag meer dan twintig basispunten (honderden van procenten) omhoog en toen weer omlaag. In oktober 2014 was er de flash crash op de Amerikaanse obligatiemarkt.

“Ik sluit niet uit dat de volatiliteit aanhoudt of zich zelfs uitbreidt”, zei DNB-president Klaas Knot vanochtend bij een persconferentie. In China hebben Nederlandse banken circa 20 miljard euro uitstaan, schrijft DNB in het overzicht. Dat is minder dan een procent van hun balanstotaal. “Toenemende turbulentie in China kan echter ook via indirecte kanalen een substantieel effect hebben op Nederlandse banken”. Grote buitenlandse banken waarmee Nederlandse banken zaken doen, kunnen in de problemen komen. En Nederlandse banken hebben beleggingen in landen die sterk afhankelijk zijn van China.

Aanzienlijke beleggingsportefeuilles

Financiële instellingen in Nederland moeten goed letten op hun “balansbeheer”, zegt DNB. Pensioenfondsen en verzekeraars hebben “aanzienlijke beleggingsportefeuilles”. Voor banken geldt dat minder, maar zij zijn blootgesteld aan een ander risico. De banken financieren zich op de financiële markten, bijvoorbeeld door obligaties uit te geven. Zo kunnen er “financieringsrisico’s” ontstaan bij onrust op de markten. Nederlandse banken zijn afhankelijker van marktfinanciering dan de banken in andere Europese landen.

Waar komt de recente wispelturigheid op de markten vandaan? DNB verwijst, net als de meeste analisten, naar de afgenomen ‘liquiditeit’, de beschikbaarheid van aandelen, obligaties en andere beleggingsproducten die verhandeld kunnen worden. Bij geringe liquiditeit kan een kleine beweging meteen een schokeffect veroorzaken. “Schokken verspreiden zich sneller en er treden besmettingseffecten op”, aldus Knot. DNB komt niet met nieuwe regels om de risico’s te ondervangen. “Instellingen kunnen zelf liquiditeitsstresstesten uitvoeren om de gevolgen van marktilliquiditeit in kaart te brengen.”

De liquiditeit is in de eerste plaats afgenomen doordat banken minder actief zijn op de markten. Na de financiële crisis is de regelgeving voor banken strenger geworden, om te voorkomen dat ze om zouden vallen. Onder meer de kapitaaleisen zijn verscherpt. Daardoor is handel in effecten voor de banken kostbaarder geworden. In feite zijn er dus nieuwe risico’s ontstaan door maatregelen die na de crisis andere risico’s moesten indammen.

Moeten die nieuwe, strenge regels misschien maar weer overboord? Zeker niet, zei Knot.

“Alles wat we de afgelopen jaren hebben gedaan om de bankensector weerbaarder te maken, daar moeten we absoluut niet op terugkomen.”

Monetair beleid

Een andere reden van verminderde liquiditeit in de markt is “mogelijk” het monetaire beleid van centrale banken, zegt DNB. De Europese Centrale Bank (ECB) koopt sinds maart maandelijks 60 miljard euro aan overheidsobligaties op, iets waarvan Knot een verklaard tegenstander is. Dit kan “op termijn leiden tot schaarste” in de obligatiemarkt, aldus het rapport.

Knot noemde het “niet behulpzaam” om het nu te hebben over uitbreiding van het grootschalige opkoopprogramma. ECB-president Mario Draghi zinspeelde hier onlangs wél op, na een vergadering van de ECB-bestuursraad. Maar dit lijkt een solo-actie te zijn geweest. “Er is hierover geen discussie geweest in de bestuursraad”, aldus Knot.