De Togacolumn: Ook in strafzaken dreigt de advocaat marginaal te worden

Maakt de digitalisering straks de advocatuur overbodig? Voor het civiele recht wordt dat al verondersteld, maar ook in het strafrecht dreigt de rol van de advocaat te marginaliseren. De Togacolumn, deze week van advocaat en hoogleraar Britta Böhler.

In Wenen vindt deze week de jaarlijkse bijeenkomst van de International Bar Association (IBA) plaats. Een keer per jaar weer komen de leden van deze internationale advocatenvereniging uit de hele wereld bij elkaar om - samen met illustere gastsprekers - van gedachten te wisselen over het recht en gerechtigheid, over ontwikkelingen in het internationale recht en de rol van de advocatuur en om te netwerken uiteraard.

Een van de sprekers dit jaar is voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan. In het door hem geleide discussiepanel ging het om de verenigbaarheid van business en mensenrechten. Kofi Annan maakte duidelijk dat advocaten volgens hem een cruciale rol spelen bij de implementatie van de regels die de VN hieromtrent hebben opgesteld. Het is vanzelfsprekend mooi om te horen, dat Kofi Annan zo’n belangrijke rol ziet weggelegd voor advocaten en juristen. Maar de toekomst van de advocatuur is wellicht heel wat minder rooskleurig dan de stelling van Annan doet vermoeden. Advocaten zijn duur (en lastig) en er gaan steeds meer stemmen op die beweren dat we binnenkort, of in ieder geval over niet al te lange tijd, nauwelijks meer advocaten nodig zullen hebben. Automatisering en digitalisering zullen de advocaat op de meeste rechtsgebieden vervangen en uiteindelijk overbodig maken.

Richard Susskind, bijvoorbeeld, hoogleraar in Oxford en IT-adviseur van de Engelse Lord Chief Justice heeft reeds in 2010 in zijn boek The End of Lawyers? Rethinking the Nature of Legal Services gesteld dat de advocatuur in zijn huidige vorm op sterven na dood is.

En ook futuristen als Karl Schroeder zijn ervan overtuigd dat de meeste diensten die tegenwoordig uitsluitend door advocaten werden aangeboden in de nabije toekomst door slimme computerprogramma’s zullen worden gedaan. In een interview in Wired, hét tijdschrift voor technologische ontwikkelingen, heeft Schroeder voorspeld dat het met name in het civiele recht – contracten maken en civiele procedures voeren – wel eens heel snel zou kunnen gaan met de vervanging van advocaten door computers.

Ook in Nederland worden stappen gezet tot innovatie van de rechtspraktijk. Zo zullen uiterlijk vanaf 2019 alle civiele procedures uitsluitend digitaal worden gevoerd.

Maar, zult u misschien denken, ook al procederen we binnenkort alleen nog maar digitaal en laten we ons door een computerprogramma adviseren over huurcontracten en arbeidsovereenkomsten, er zullen toch altijd advocaten nodig zijn als er meer op het spel staat dan geld alleen, in het strafrecht bijvoorbeeld?

Ik ben daar niet zo zeker van. Want ook in strafzaken zou de rol van de advocaat weleens marginaal kunnen worden. Zeker als de minister voor Veiligheid en Justitie zijn zin krijgt, zo blijkt uit de brief Modernisering wetboek van strafvordering die minister Van der Steur op 1 oktober aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Voortbouwend op de plannen van zijn ambtsvoorganger wil de minister het strafproces eindelijk eens grondig op de schop nemen; het moet allemaal moderner, digitaler en efficiënter.

Daar is natuurlijk niet per se iets mis mee, ook in het strafrecht mag de tijd niet stil staan. Daarbij is het uiteraard wel van belang dat rechtsstatelijke waarborgen niet het onderspit delven in het nieuwe gestroomlijnde strafproces. Of, zoals de Raad van State in zijn advies heeft benadrukt: ”Bij de verdere uitwerking in concrete wetsvoorstellen” moet er steeds “rekenschap worden gegeven van de wijze waarop de wetsvoorstellen ingrijpen op beginselen en uitgangspunten van strafvordering”. Laten we hopen dat regering dit advies ter harte neemt.

 

De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, rechter of officier van justitie. Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.