Blijf niet te lang achter de kantoorgeraniums zitten

Pas op voor het first job syndrome. Veel mensen blijven te lang plakken bij hun eerste baan. Zonde, want verandering pakt vaak gunstig uit.

Foto's Arjen Born

Toen Maaike (34) een jaar of drie bezig was met haar eerste baan, bekroop haar af en toe een gevoel dat zeldzaam is op kantoor: ze kreeg het idee dat ze te veel verdiende voor het werk dat ze deed. Niet dat Maaike – ze wil liever niet met haar achternaam in de krant – er de kantjes vanaf liep. Haar baas was blij met haar, en ze deed wat ze moest doen. Ze hield presentaties, ze leidde projecten, ging naar vergaderingen. Maar toen ze net begon was alles aan haar baan nieuw, en dus spannend. Na een paar jaar ging het werk steeds makkelijker. Veel doorgroeimogelijkheden waren er niet: ze werkte bij een klein bedrijf. Dus vulde ze haar werkdag met Facebooken en nu.nl.

Wat te doen? De oplossing lijkt logisch: opstappen. Maar ja, Maaike had wél een vast contract. En dat kan een drempel zijn, weet Aukje Nauta, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, en gespecialiseerd in arbeidsrelaties. Juist omdat je om je heen ziet dat veel leeftijdsgenoten die zekerheid niet hebben.

Het aantal jonge mensen met een flexcontract is de afgelopen jaren gestegen. Volgens de meest recente CBS-cijfers werken zo’n 430.000 van de ongeveer 1,5 miljoen 25- tot 35-jarige werknemers op een een tijdelijk contract. Nog eens 175.000 van hen zijn zzp’er. En ook de economische crisis maakte mensen huiverig om over te stappen. „Als je je vaste contract eenmaal te pakken hebt, dan stop je niet zomaar,” zegt Nauta. „Je merkt ook dat mensen door hun omgeving worden afgeremd: ‘je stopt toch niet met je vaste baan?’”

Toch is het belangrijk om, zeker in het begin van je carrière, in beweging te blijven. Je eerste werkjaren zijn een periode van trial and error, zegt Nauta. Als je net begint moet je – logisch – ontdekken wat je leuk vindt en waar je goed in bent.

Maar dat is niet de enige reden. Wie nog nooit van werkgever is gewisseld, weet niet altijd goed wat-ie waard is op de arbeidsmarkt, schrijft Lisa Pollack, journalist van zakenkrant Financial Times in een recente column. Dat kan resulteren in een „oneindige loyaliteit” aan de baas. Het first job syndrome noemt ze het.

Het ‘ziektebeeld’ bestaat uit twee symptomen die met elkaar samenhangen: een te bescheiden houding, waardoor je niet voldoende durft te vragen om die dingen die je echt wilt in je baan. En daarnaast een gebrek aan zelfvertrouwen. De angst toch niets anders te kunnen vinden.

Herkenbaar, vindt Maaike, die zelf ook steeds minder zelfverzekerd werd. „En als je vindt dat je werk niet zoveel voorstelt, hoe moet je jezelf dan verkopen in een sollicitatiegesprek?” Wat de keuze nog lastiger maakte: ze wíst eigenlijk ook niet wat ze moest gaan doen.

Verandering pakt vaak goed uit

En voor je het weet ben je vastgeroest en lijd je aan het first job syndrome. Dat is zonde, want een verandering pakt vaak gunstig uit als je twijfelt over je baan, zegt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ruud Muffels. Niet alleen voor jonge mensen, voor alle werknemers. Uit een grootschalig onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau naar arbeidsmobiliteit blijkt dat mensen die vrijwillig van baan veranderden gemiddeld veel blijer zijn dan mensen die blijven hangen (het onderzoek is uit 2005, maar nog steeds actueel, zegt Muffels). Ze zijn positiever over allerlei verschillende aspecten: de inhoud van hun werk, de mate van waardering die ze ervaren, hun beroepsstatus, hun inkomen.

Dit is fijn voor de nieuwe baas. Tevreden mensen zijn ook productiever, blijkt uit talloze onderzoeken. Maar natuurlijk ook voor werknemers zelf. Wie vrijwillig van baan verandert, ervaart volgens het Sociaal Cultureel Planbureau minder tijdsdruk en burn-outklachten.

Overigens mogen overstappers dan tevredener zijn over hun inkomen, het wil niet zeggen dat ze gemiddeld gezien meer salaris kríjgen – al zijn er natuurlijk altijd mensen die er wel een hoger loon uitslepen. Het klinkt misschien onwaarschijnlijk, maar geld is niet zo belangrijk voor onze motivatie, blijkt uit onderzoek. „Je wordt niet tevredener van méér geld, je wordt alleen ontevreden als je het gevoel hebt te weinig te krijgen”, zegt Nauta.

Wanneer mensen een baan vinden die ze veel beter past, zijn ze vaak bereid om offers te maken. Een stap die jonge mensen makkelijker kunnen maken, benadrukt Muffels. Zonder kinderen, of een duur koophuis ben je een stuk flexibeler.

Op tijd weggaan is beter

Maar is wisselen niet slecht voor je cv? Vroeger misschien, zegt Muffels. Maar nu de arbeidsmarkt zo flexibel is geworden, is jobhoppen veel normaler. „Je laat ermee zien dat je je carrière actief vormgeeft.” Het kan juist slecht zijn voor je cv als je te lang werk doet waar je niets aan vindt, denkt hij. „Dan kun je beter op tijd weggaan – dat is makkelijker uit te leggen bij een volgende werkgever.” Al moet je natuurlijk niet overdrijven, waarschuwt Muffels. „Elke drie maanden iets anders is niet goed.”

Overigens hóéf je niet meteen weg als je niet gelukkig bent met je baan, benadrukt Nauta. Vraag je af of er genoeg mogelijkheden zijn om door te groeien. Zo ja, dan kun je ‘ontroesten’. Of beter, voorkom dat je vast komt te zitten. Het gaat erom dat je „lerend” blijft, zegt ze. „Blijf netwerken, blijf nieuwsgierig, blijf jezelf bijscholen.” Met andere woorden: „Blijf niet achter de geraniums van je eigen kantoor zitten.”

Maaike is inmiddels af van haar first job syndrome. Na een aantal jaren ‘plakken’ bij haar oude baas, is ze aan een nieuwe baan begonnen. „Als ik mezelf toen een advies had kunnen geven, zou ik zeggen: waag de gok eerder. Je bent meer waard dan je zelf denkt. En zorg dat je je oren en ogen openhoudt.”

Eén voordeel: ze weet inmiddels heel goed wat ze níét wil. In een klein bedrijf werken, bijvoorbeeld. Nu zit ze bij een grote organisatie „met zo’n pasje waarmee ik mezelf naar binnen moet bliepen”. En het bevalt. „Al na één dag zei mijn partner: ‘Ik kan me niet herinneren wanneer ik jou voor het laatst zó enthousiast over je werk heb gehoord.’”