Advocaat eist inzage in proefschrift geweld Indië

Nederlanders pleegden tegen Indonesiërs volop extreem geweld, zag de promovendus. De advocaat wil die info ook.

Wandaden door de Nederlandse krijgsmacht tegen Indonesiërs waren structureel, meldde deze krant in augustus.

Nieuw onderzoek naar het optreden van Nederlandse militairen in de dekolonisatieoorlog van Indonesië moet zo snel mogelijk openbaar gemaakt worden. Dat zegt advocate Liesbeth Zegveld, die Indonesische nabestaanden juridisch bijstaat tegen de Nederlandse staat.

Morgen vraagt Zegveld bij de rechter in Den Haag om toegang tot dezelfde informatie als waar de staat over beschikt. „Volledige openbaarheid van wetenschappelijke onderzoeksresultaten is absolute noodzaak.”

Het onderzoek in kwestie is van de vorige maand in het Zwitserse Bern gepromoveerde historicus Rémy Limpach. NRC publiceerde in augustus al over zijn belangrijkste conclusies: extreem geweld gepleegd door Nederlandse militairen tegen Indonesiërs was wijdverspreid en zat ingebed in de militaire structuur.

Limpach, die grote kennis van de Nederlandse archieven heeft, werkt inmiddels voor het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), een onderdeel van het ministerie van Defensie. Zijn team verzorgt de historische verificatie van claims van Indonesische nabestaanden van door Nederlandse militairen geëxecuteerde Indonesiërs.

Onder embargo

Zegveld heeft grote interesse in zijn proefschrift, maar dat wordt pas medio 2016 openbaar. Limpach en het NIMH verwijzen naar het Zwitserse promotiereglement, waarbinnen ruimte wordt geboden om het proefschrift eerst te bewerken.

Limpach zegt dat het zijn eigen keus is om het proefschrift onder embargo te stellen: het is nog niet af en ook komt er een Nederlandstalige handelseditie uit bij uitgeverij Boom.

Zegveld is daarover ontstemd. „Eindelijk is er onderzoek gedaan. En dan moeten we nu bijna een jaar op de resultaten wachten.”

Het aanleveren van bewijs vanuit de archieven vergt kennis die zij niet in huis heeft. „De staat heeft als standaard verweer in mijn rechtszaken dat er ook doden vielen tijdens gevechten, en dat als iemand overleed dat dus niet per se als gevolg van een executie of foltering hoefde te zijn.”

Maar in het geval van de massamoorden in Zuid-Sulawesi waren er volgens haar nauwelijks gevechtssituaties. „Mensen zijn gewoon geëxecuteerd. Limpach zal daar zeker belangrijke informatie over hebben.”

Het 800 pagina tellende proefschrift van Limpach kreeg de veelzeggende titel Die brennenden Dörfer des Generaal Spoor. Niederländische Massengewalt im Indonesischen Unabhängigkeitskrieg 1945-1949. Zijn conclusies zijn een belangrijke stap in het debat, wat sinds het verschijnen van de Excessennota in 1969 steeds uitging van ‘excessen’, incidenteel geweld.