Zzp’ers verdienen beter

Het kabinet bewijst de economie, de arbeidsmarkt en de ‘zelfstandigen zonder personeel’ zelf een slechte dienst met zijn onvermogen om helderheid te bieden over de positie van zzp’ers. In een brief aan de Tweede Kamer is de belangrijkste conclusie van de ministers Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en Kamp (Economische Zaken, VVD) dat de „maatschappelijke en politieke discussie” over zzp’ers voortgezet moet worden. Dat is een mager resultaat na langdurig interdepartementaal beleidsonderzoek plus aparte rapporten van onder meer het Centraal Planbureau (CPB).

Het enige concrete dat het kabinet voorstelt, namelijk het halveren van de twee jaar doorbetaling bij ziekte voor kleine ondernemers (minder dan tien werknemers), is ook nog eens controversieel. Dus is het de vraag of er eigenlijk nu al iets verandert.

De politieke patstelling weerspiegelt de tegengestelde beelden in de VVD-PvdA-coalitie. De VVD viert in de zzp’er de ondernemende, onafhankelijke zelfstandige die zijn kennis en vaardigheden profijtelijk inzet. De Partij van de Arbeid ziet juist de schaduwkanten zoals de afhankelijkheid, mogelijke schijnconstructies van werkgevers en tekortschietende zekerheden. Samen prijzen zij in hun Kamerbrief zzp’ers om hun „duidelijke functie in de economie. Ze zorgen voor dynamiek, flexibiliteit en concurrentie”.

De politieke tegenstellingen gaan compleet voorbij aan het feit dat zzp’ers evenals andere contractsvormen, zoals uitzendwerk en flex-overeenkomsten, een blijvende aparte kracht vormen in de economie. Afhankelijk van de gehanteerde definitie zijn er tussen 780.000 en meer dan 1 miljoen mensen aan te merken als zzp’er. Zij zijn nu met zovelen, dat voorstellen voor aantasting van hun verworven rechten, zoals belastingvoordelen, gepaard gaan met vergelijkbaar misbaar als bij werknemers die geconfronteerd worden met versobering van cao-afspraken.

De diversiteit op de arbeidsmarkt loopt ver vooruit op de wetgeving over sociale zekerheid en pensioenen. De simpele tweedeling tussen werkgevers en werknemers is voorbij. De zzp’er is beide. Als werkgever moet hij zelf de beslissing nemen over pensioensparen en verzekering tegen bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid voor zichzelf als werknemer. Mogelijkheden voor vrijwillige verzekeringen bestaan, maar worden vanwege kosten of onbekendheid niet gebruikt. Begrijpelijk dat het kabinet daarom inzet op extra informatie. Maar bij niet-verzekering kan het ook zijn dat de samenleving later opdraait voor kosten. Daarom kunnen collectieve, maar niet verplichte regelingen een uitkomst zijn. Het CPB noemt die ook. Het kabinet laat het bij verder verkennen. Een gemiste kans.