Zij is kwetsbaarder, ik ben al veel verder

Vandaag opent in Noordwijk een expositie van beelden van Maja van Hall en tekeningen van Roesja Trimbos: de oudere kunstenaar neemt de jongere op de schouders. Hoe was dat en wat hebben zij van elkaar geleerd?

Roesja Trimbos (links) en Maja van Hall Fotobewerking Roesja Trimbos

Maja van Hall, 78 en één van de bekendere beeldhouwers van Nederland, is niet de hoofdpersoon van dit verhaal. Dat is Alexander Hoorn (34), afgestudeerd kunsthistoricus en zonder werk. Dat wil zeggen: zonder betaald werk. Hij is vrijwillig conservator van Museum Noordwijk, een klein museum aan zee waar helemaal niemand wordt betaald voor zijn werk. Alexander Hoorn verdient zijn geld door aan het einde van de dag zijn ouders te helpen in hun restaurant.

Anderhalf jaar geleden, in mei 2014, trok hij de stoute schoenen aan en vroeg Maja van Hall voor een tentoonstelling van haar werk in Museum Noordwijk. Helemaal vreemd was dat niet: Maja van Hall woont al sinds 1972 in Noordwijk. Maar zij is gewend te exposeren op andere plekken dan in Museum Noordwijk, waar de permanente tentoonstelling voornamelijk bestaat uit stijlkamers in de sfeer van een vissersdorp van honderd jaar geleden.

Maja van Hall zei ja. Alleen, ze had ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag net een grote overzichtstentoonstelling gehad in Museum Beelden aan Zee. Dat museum ligt in Scheveningen, niet echt ver weg van Noordwijk. Daar hadden duizenden mensen haar werk gezien: veel grote, bijna abstracte en tegelijk kwetsbare beelden die, in haar eigen woorden, „gevoelens tastbaar willen maken”. Zouden die mensen niet denken: ja maar, dat heb ik net allemaal gezien?

Vandaag begint de tentoonstelling Troost, Overleving en Bezwering van Maja van Hall én Roesja Trimbos. Want dat is het geworden, om herhaling te voorkomen van de expositie in Scheveningen: een duo-tentoonstelling van een oudere en een jongere kunstenaar.

Schilder-tekenaar Roesja Trimbos is 31. Dit is haar eerste echte expositie. Het woord ‘overleving’ in de titel komt van haar. Het slaat op haar al even kwetsbare maar tegelijk grappige tekeningen van een meisje dat allemaal strategieën verzint om de dag door te komen: door de dag heendromen, een spelletje met de tijd spelen, onder de douche staan en denken dat het de regen is.

Maja van Hall heeft, zegt ze, zelf veel te danken aan haar vriendschap met Charlotte van Pallandt, een van de belangrijkste beeldend kunstenaars van de twintigste eeuw. Die was veertig jaar ouder dan zijzelf. „Ik ben op de schouders genomen. En ik dacht dat dat normaal was, dat dat bij iedereen gebeurde. Maar dat is niet zo.” Dus dat was ook een reden om er iemand bij te vragen. In de woorden van de flyer voor de tentoonstelling: „Maja vindt het belangrijk om kennis en kunde door te geven aan jongeren en heeft daarom gekozen voor een samenwerking met de jonge en veelbelovend kunstenaar Roesja Trimbos.” De twee hebben nu een jaar lang samen opgetrokken. Hoe was dat? En wat hebben ze van elkaar geleerd?

Maar allereerst: hoe kennen jullie elkaar?

Maja: „Ik ken haar al van toen ze nog een baby was. Haar ouders zijn vrienden van ons.”

Roesja: „Hadden jullie toen intensief contact?”

Maja: „Niet zo, eigenlijk. Zij hadden het erg druk met jullie, in die tijd. En ik heb je daarna ook niet erg gevolgd. Toen je naar de academie ging was ik verrast. Ik dacht dat je wel medicijnen zou gaan studeren, net als je ouders.”

Roesja: „Oh ja? Dat wist ik niet.”

Maja: „Ik ben ook niet op je eindpresentatie geweest, hè. Erg betrokken kun je me niet noemen, ben ik bang.”

Roesja: „Maar ik mocht wel een tijdje in je atelier werken. Dat vond ik erg fijn.”

Hoe kwam u erbij om haar te vragen?

Maja: „Ik zag bij haar ouders een paar van die overlevingsstrategieën. Ik vond ze bijzonder, origineel en onafhankelijk. En ze passen bij wat ik doe. De eerste strategie die ik zag was: kruik op je buik. Zo mooi. Dus vroeg ik haar. En tot mijn verbazing zei ze ja.”

Roesja: „Was je verbáásd? Ik was enorm vereerd.”

Hebben jullie vergelijkbare gedachten over wat dat is, kunstenaarschap?

Maja: „Ik geloof het wel. Zelf noem ik het vooral bezwering, dat woord zit ook in de titel van de tentoonstelling. Ik bezweer gevoelens met een beeld. En door dat beeld laat je die gevoelens vervolgens zien en ben je een open doel voor kritiek. Zullen ze wel begrijpen wat ik wil zeggen?”

Roesja: „Is het goed genoeg, kun je er tevreden over zijn: dat vind ik altijd moeilijk. En als het dan af is en iedereen kan zeggen wat-ie ervan vindt, probeer je jezelf daartegen te beschermen.”

Maja: „Je hebt bescherming nodig ja, een schild.”

Roesja: „En tegelijkertijd kun je niet stoppen. Er is altijd de noodzaak om te maken.”

Maja: „We zijn gelijkgestemde zielen, denk ik. Maar zij is kwetsbaarder. Ik ben al veel verder.”

Wat zien jullie als je naar elkaars werk kijkt?

Maja: „Haar werk is onbevangen. Dat spreekt me aan. En ook dat ze echt wat doet met haar talent. Haar werk maakt me blij.”

Roesja: „Ik zie bij jou bezieling. En rauwheid.”

Maja: „Ja, mijn werk is ruig.”

Roesja: „Maar juist daardoor gevoelig.”

Hebben jullie iets van elkaar geleerd?

Roesja: „Ik heb vooral genoten. Dat we konden praten over onze ideeën. Samen werk uitzoeken. Het zijn momenten die je spaart.”

Maja: „Je hebt denk ik geleerd hoeveel er komt kijken bij zo’n tentoonstelling. Ik had zelf niet verwacht dat het zo’n serieus project zou worden. Het is wel een vuurdoop voor je.”

Roesja: „Ja, ontzettend. Dat is waar.”

Maja: „Als ik had geweten dat het zo groot zou worden had ik je er misschien niet aan blootgesteld.”

Roesja: „Joh, dat is helemaal niet erg.”

Wat hopen jullie dat het publiek straks ziet?

Roesja: „Dat vind ik een moeilijke vraag, daar moet ik even over denken.”

Maja: „Je hoopt dat je door de juiste snaar te raken, troost biedt.”

Roesja: „Dat mensen over zichzelf gaan nadenken. Ik ben aan die tekeningen begonnen in een moeilijke periode van mijn leven. En ze hebben mij geholpen. Als een zwemboei.”

Maja: „Hé, nog een overlevingsstrategie!”

Roesja: „Haha ja, die tekening kan ik nog maken.”

Nu even terug naar Alexander Hoorn. Hij heeft ervoor gezorgd dat er sponsors kwamen, dat er een catalogus ligt, dat je een kleine documentaire kan bekijken over de twee kunstenaars, ja zelfs dat je ansichtkaarten kan kopen van de overlevingstekeningen. En hij wil graag dat het adres van het museum wordt vermeld bij het artikel. Want ja, zo veel mensen komen er meestal niet.