Wie wint vanavond de Gouden Griffel?

Voor hoeveel gekte kiest de Griffeljury?

Het beertje in Soms laat ik je even achter, van Daan Remmerts de Vries. ILLUSTRATIE DAAN REMMERTS DE VRIES / QUERIDO

De gekte is ‘terug in de jeugdliteratuur’, juichte de Griffeljury in haar rapport. Behalve een beetje gek (was de gekte ooit weg?) is zo’n overkoepelend compliment interessant voor wie wil speculeren over welk boek de Gouden Griffel wint. Vanavond, dinsdag 6 oktober, wordt de belangrijkste kinderboekenprijs uitgereikt op het Kinderboekenbal, de opening van de Kinderboekenweek. Zeven boeken maken kans.

Daaronder is ook een niet-gek boek: De goochelaar, de geit en ik van Dirk Weber, dat dus geen grote kanshebber lijkt. Het is een historisch jongensboek over smokkel in het Interbellum, secuur geschreven, met literaire diepgang en avontuurlijke spanning: met zijn vierde kinderroman toont Dirk Weber dat hij telkens trefzekerder schrijft. Maar onverwachte, bruisende gekte – nee.

Die zit wel in het heerlijk dwaze prentenboek Een afspraakje in het bos van Sylvia Vanden Heede, waarin een vleermuis een blind date heeft met een hert. Een vliegend hert, eigenlijk – een soort tor dus, tot haar schrik. Vanden Heede schrijft gelaagde grapjes: „De vleermuis uitte een hoge, ultrasone kreet die meteen terugkaatste in haar oren.” Toch eindigt het gewoner dan je zou wensen. Dan zit er een scherper, ongewoner kantje aan het prentenboek Soms laat ik je even achter van Daan Remmerts de Vries – over een meisje dat haar knuffelbeer achterlaat in het bos, want ‘een beetje bang is goed’.

Maar Remmerts de Vries vertelt dat verhaal vooral in zijn ontroerende, soms hallucinante illustraties. De tekst is minder gelaagd. Uitzonderlijk binnen het kinderboekenaanbod is Lieve Stine, weet jij het? waarin filosoof Stine Jensen ‘20 vragen over leven’ beantwoordt – of eigenlijk filosofeert ze nogal vaak tussen vraag en antwoord door. Ze schreef boeiende mini-essays over goed en fout en de vind-ik-leukcultuur, maar vaak zijn haar mijmeringen te onbevredigend om de belofte van het boek waar te maken.

Geen slechte boeken, maar Goud zou wel wat gek zijn. Dat lijkt te gaan tussen favorieten: de ene is Bette Westera, die met haar dichtbundel Doodgewoon dit voorjaar al de Woutertje Pieterse Prijs won.

In haar juryrapport trok de Griffeljury alléén voor de lofzang op Doodgewoon twee bladzijden uit: een veeg teken. Toch kun je ook betogen dat haar alledaagse-doodsversjes ook wat gewoon zijn. Ze springen nooit eens uit de band.

Een jury die van gekte houdt, moet de Gouden Griffel geven aan het wildste boek van afgelopen jaar: Hotel De Grote L van Sjoerd Kuyper. Het verhaal van Kos die zijn vaders hotel moet bestieren en ondertussen verliefd wordt, kent zinnen van halve pagina’s, drie malle zussen, een missverkiezing, het voetbalteam van Tuvalu. En ook gewoon een geweldig mooi verhaal over een opgroeiende jongen.

Maar vlak één mogelijkheid niet uit. Er werd al flink gefronst toen de jury de roman Hoe ik per ongeluk een boek schreef van Annet Huizing als informatief boek bekroonde.

Huizings goede debuut gaat over de jonge aspirant-schrijfster Katinka én leest tegelijk als haar schrijfcursus. Een jury die een schrijfles bekroont – hoe gek zou dat zijn?

De winnaar van de Gouden Griffel wordt vanavond, rond 20.00 uur, bekendgemaakt op het Kinderboekenbal.