Janneke Vreugdenhil Kippenlevertjes

illustratie jet peters

Net als bijvoorbeeld amaranth en quinoa is boekweit een zogenaamd pseudograan. De driehoekige zaadjes komen van een aan rabarber verwante plant. De nootachtige smaak van boekweitkorrels (te koop bij natuurvoedings- en Oosteuropese winkels) wordt versterkt door ze voor het koken eerst een paar minuten te roosteren in een koekenpan. Gebruik geen olie of ander vet en houd de korrels in beweging.

Haal de sjalotringen door de bloem. Verhit 4 eetlepels zonnebloemolie in een koekenpan en bak de sjalotjes, met het vuur op half tot laag en onder herhaaldelijk omscheppen, tot ze goudgeel en knapperig zijn. Haal ze met een schuimspaan uit de pan en leg op keukenpapier. Verhit ondertussen de olijfolie in een andere koekenpan. Voeg de gesnipperde sjalotjes, de knoflook, de selderij, wortel en tijm toe en smoor ze circa 10 minuten, met het vuur op half tot laag, tot het mengsel zacht en geurig is. Voeg de boekweit en de bouillon toe. Strooi zout en peper in de pan en kook alles 20 minuten zachtjes door, tot de boekweit alle bouillon heeft opgenomen. Verhit 2 eetlepels zonnebloemolie in een koekenpan. Bak de kippenlevertjes 5 – 8 minuten. (Olia Hercules wil de levertjes door en door gaar hebben, maar ik zou ze liever iets roze houden, JV). Dien op met de knapperige sjalotjes en de boekweit.