In de Kreutzer ging Beethoven pas echt helemaal los op de viool

Iedere week laat Merlijn Kerkhof (29) zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Deze keer: Beethovens revolutionaire Kreutzersonate.

Vorige week ging het op deze plek over Beethovens grootste schaamstuk: Wellingtons Sieg, een orkestwerk waarin hij een slagveld verklankt en dat zelf ook veel van een slagveld wegheeft. In zijn tijd was het een hit, nu staat het symbool voor een kant van Beethoven die we eigenlijk niet meer willen horen – het is alsof Harry Mulisch ook de auteur blijkt te zijn van een doktersroman. Maar ik wil niet de indruk wekken dat Beethoven er niks van kon. Laten we het over een van zijn beste stukken hebben: de Kreutzersonate.

Liefhebbers van Russische literatuur zullen zeker van de Kreutzersonate hebben gehoord. Die zullen niet denken aan Beethoven, maar aan Lev Tolstoj. De sonate was de inspiratie voor een novelle van de grote Russische schrijver. Die novelle (waarin Beethovens muziek zorgt voor de verwijdering tussen twee geliefden) werd vervolgens weer door Leos Janacek gebruikt als inspiratie toen hij zijn eerste strijkkwartet schreef. Ook dat stuk heet Kreutzersonate.

Dat Beethovens sonate voor piano en viool Kreutzer heet, was trouwens helemaal niet de bedoeling. Rudolphe Kreutzer was de naam van de violist aan wie hij het opdroeg toen de bladmuziek werd uitgegeven. Maar eigenlijk had hij het niet voor deze violist (die het nooit zou spelen) gemaakt. Beethoven schreef het voor ene George Bridgetower. Hij was een attractie in het Wenen van 1803, want hij speelde niet alleen bijzonder goed viool, hij was ook een mulatto, zoals Beethoven het noemde – hij was zwart. Toen ze het samen uitvoerden in Wenen hadden ze direct succes. Maar na afloop kregen de twee ruzie. De opdracht aan Bridgetower werd verwijderd.

Wat is er nou zo bijzonder aan dat stuk? Daarvoor moeten we kijken naar de oorsprong van het genre dat we nu meestal ‘vioolsonate’ noemen. Aanvankelijk was het een genre waarin de piano leidend was en de viool voor de kleur zorgde. Ook in Mozarts stukken zien we nog die gezagsverhouding voor die bezetting. Vóór de Kreutzer had Beethoven al acht sonates voor piano en viool gemaakt en daarin had de vioolpartij al een veel belangrijkere, vaak lyrische rol gekregen.

Maar in de Kreutzer ging Beethoven pas echt los. Dit was geen sonate voor huishoudelijk gebruik, dit was een verkapt vioolconcert met furieuze passages, diepe afgronden en een ongeëvenaarde emotionele zeggingskracht. Zijn Frühlingssonate (de vijfde) duurde al lang (ongeveer 25 minuten), de lengte van de Kreutzer (meestal net geen veertig minuten) was ongekend. Staat die Frühlingssonate voor de lente, in de knap veertig minuten van de Kreutzer is het alsof alle seizoenen langskomen. Dat dit uit dezelfde pen komt als Wellingtons Sieg, blijft een mysterie.