Meeuwen

Ik fiets met mijn neefje van tweeëneenhalf in het kinderzitje aan het stuur naar de kinderboerderij. Hij kan net een beetje praten, meer losse woorden dan volzinnen. Op het fietspad zit een grote groep duiven; blijkbaar is er iets te eten. Ik duw wat harder op de trappers en rij met mijn voorwiel dwars door de duiventroep heen (vieze vliegende ratten). De beesten fladderen verschrikt alle kanten op. Een kort moment later zijn we er alweer voorbij. Mijn neefje leunt achterom kijkend uit het fietszitje – en roept zo hard als hij kan over zijn schouder: „Sorry!”