Daniel Sprong (18) speelt nu al in de NHL

Daniel Sprong debuteert deze week voor de Pittsburgh Penguins in de Noord-Amerikaanse competitie, tussen de beste ijshockeyprofs. „Misschien wel de beste speler van het voorseizoen.”

Daniel Sprong werd afgelopen zomer bij de NHL-draft als 46ste speler gekozen, door de Pittsburgh Penguins. Foto Dave Chidley/The Canadian Press

Hij was net vier. Maar wel opstaan, midden in de nacht in Amsterdam – samen met zijn vader, ook gek van ijshockey. Kijken naar de finales van de Stanley Cup: Colorado Avalanche, met de legendarische Canadese doelman Patrick Roy, tegen de New Jersey Devils. Dat waren de nachten dat Daniel Sprong, hoe jong ook, wist: dit wil ik ook. IJshockeyen in de NHL.

De kans dat een Amsterdamse jongen in de Noord-Amerikaanse profcompetitie belandt, is nagenoeg verwaarloosbaar. En toch debuteert Daniel Sprong, achttien jaar inmiddels, deze week in de NHL bij de Pittsburgh Penguins en staat hij bekend als één van de grootste talenten van ijshockeygrootmacht Canada.

Misschien wel de beste speler van het voorseizoen

Het kan vreemd lopen. Sprong werd het afgelopen jaar maandenlang gevolgd door een cameraploeg voor de Canadese televisieserie Draft Year, over de lotgevallen van zes grote beloftes op de drempel van de NHL. En afgelopen weekeinde, na de oefenperiode van de Penguins, werd bekend dat de club Sprong nu al wil behouden, waar de andere rookies werden teruggestuurd naar de lagere competities. Maar aanvaller Sprong is iets bijzonders: „Misschien wel de beste speler van het voorseizoen”, aldus een analyse op de website van de NHL afgelopen zaterdag.

Het gaat heel snel met Sprong. Hij staat tegenwoordig op het ijs met zijn wereldberoemde Canadese ploeggenoot Sidney Crosby, alom beschouwd als de beste speler ter wereld. „Heel gaaf”, zegt Sprong op de Penguins-pagina’s van de NHL. Een paar jaar geleden stond hij nog in de rij voor een handtekening van Crosby, de man die Canada op de Winterspelen van Vancouver (2010) goud bezorgde met een golden goal in de verlenging tegen de Verenigde Staten.

In Amsterdam ben je een uitzondering als je gaat ijshockeyen

Ondanks alle overdonderende indrukken in zijn eerste maanden bij de Penguins liet de jonge Amsterdammer zich toch geen moment gek maken. Hij scoorde ijskoud tegen Detroit toen de Penguins werden weggespeeld. Het leverde de tiener een berg krediet op bij de hoofdcoach van de club, Mike Johnston. „Sommige jongens gaan het ijs op om te spelen, Daniel gaat het ijs op om het verschil te maken.”

Dat had hij als klein jochie al, op de Jaap Edenbaan. „In Amsterdam ben je een uitzondering als je gaat ijshockeyen. Dus toen ik vier of vijf jaar oud was, speelde ik al in een team met jongens van twaalf en dertien”, zei hij onlangs.

En dat ging hem goed af. Amsterdammer Ron Berteling, met meer dan tweehonderd interlands recordinternational voor de Nederlandse ijshockeyploeg, was jeugdcoach bij de club toen Daniel Sprong als driejarig jochie begon. „Het belangrijkste was dat Daniel het ijshockey als kind leuk vond”, zegt Berteling. „Hij was al heel gedreven, schaatste bijna elke dag in de winter. In de zomer gingen we nog wel eens trainen in Zoetermeer. Kwam hij het ijs op met een stick en een balletje. De ijsbaan was echt zijn speeltuin.”

Het gezin werd verliefd op Canada

Berteling, die met Nederland meedeed aan de Winterspelen van Lake Placid (1980), zag het jonge talent meteen al concurreren met jongens die veel ouder waren dan hij. „Op die leeftijd mogen ze nog geen bodychecks geven, dus Daniel kon zijn vaardigheden laten zien. En die had hij al hoor, op die leeftijd.”

Via het jeugdteam van Amsterdam, waarin ook de zoon van Berteling speelde, maakte de snelle aanvaller voor het eerst kennis met het Canadese ijshockey. Berteling: „We speelden toernooien in Finland, in Duitsland, maar ook in Canada. Daar zag je dat hij zich kon meten met Canadese spelers van zijn leeftijd, of ouder.” In Canada viel dat ook op. „De mensen in Canada zeiden tegen mijn vader dat ik het talent had”, zei Sprong over die tijd.

Hockey is not just a game, it’s our game

Het zet Hannie Sprong, Daniels vader die in de jaren negentig zelf bij Amsterdam had gespeeld, aan het denken. De familie is bij het eerste bezoek aan Canada al verliefd geraakt op het land, de mensen en de overweldigende ijshockeycultuur. „Hockey is not just a game, it’s our game”, is niet voor niets een gevleugelde uitspraak onder de Canadese fans. Wie het spel echt wil leren moet daar zijn.

Ze wagen de gok in 2005, als Daniel zeven is, en verhuizen naar Île Bizard, bij Montreal. Als hij zijn eerste wedstrijden speelt in de lokale competitie blijkt de Canadese inschatting van zijn talent haarfijn te kloppen: de jonge Nederlander scoort, hij scoort nog meer. En hij stelt andere spelers in de gelegenheid te scoren.

Als jeugdspeler breekt hij records, zoals in 2012-2013. Voor de beloften van de Lac St. Louis Tigres scoort Sprong in slechts dertig wedstrijden 104 punten: 48 goals en 56 assists. De verhalen over de jonge aanvaller verspreiden zich als een lopend vuur door Quebec. Sprong verschijnt op de radar van de Charlottetown Islanders, een sterke club op Prince Edward Island in de Saint Lawrencebaai, ten noorden van Nova Scotia. De Islanders kiezen hem datzelfde jaar nog in de draft voor de Major Junior Hockey League in Quebec, een regionaal voorportaal van de NHL.

Zijn oude leermeester Berteling volgt hem van afstand, op filmpjes die hij via internet te pakken krijgt. Maar hij ziet het ruwe talent jaarlijks beter worden. „Hij heeft ongelooflijk goede handen”, zegt Berteling. „Zijn stickhandling, zijn puckvaardigheden, het is heel goed. Hij is snel, kan goed schaatsen en is een echte goalscorer. ”

Deze jongen is stapelgek van ijshockey

Ook in Charlottetown, een kleine, rustige stad waar volgens Sprong in de winter behalve ijshockey weinig te doen is, is men direct onder de indruk van de tiener. NHL-scouts gaan de productieve aanvaller wekelijks volgen – en zij zien hem ontwikkelen tot één van de grootste beloftes van Canada. „Hij heeft in zijn jeugd heel veel tijd besteed aan het ontwikkelen van zijn techniek – en dat is te zien”, zegt Islanders-coach Gordie Dwyer tegen de NHL. Of zoals de manager van de club, Grant Sonnier, het eens samenvatte: „Zelfs Ray Charles kan zien dat Daniel Sprong kwaliteiten heeft. Maar het is meer dan alleen zijn vaardigheden met de puck. Hij is stapelgek van ijshockey, praat er altijd over. Wij moesten hem altijd vertellen dat hij ook moet ontspannen.”

Als hij donderdag zijn officiële debuut maakt tegen Dallas, dan is Sprong de eerste in Nederland geboren speler in de NHL sinds Ed Kea uit Weesp, die tussen 1974 en 1983 uitkwam voor de Atlanta Flames en de St. Louis Blues.

De Canadese bond ziet hem graag spelen voor de nationale teams, maar zover is Sprong nog niet. Hij is nog bezig met het verkrijgen van de Canadese nationaliteit. Maar geen misverstanden: als hij de kans krijgt, zal hij voor kiezen voor Team Canada. Niet dat hij Nederland is vergeten. Thuis spreekt hij nog steeds Nederlands, en hij is trots op zijn afkomst.

Zijn grote voorbeeld, Penguins-captain Sidney Crosby, toonde zich blij met de komst van zijn ploeggenoot. „Normaal duurt het even voordat een jonge speler zijn schot op NHL-niveau heeft, maar hij heeft dat nu al.”

Sprong had stiekem al gehoopt dat hij bij de Penguins mocht blijven, zo liet hij de fans weten. „Maar het is nog niet klaar. Ik moet mijn plek verdienen en goed blijven spelen.”