Erdogan spot met de noodkreten uit Brussel over vluchtelingen

Brussel, hopend op hulp van Turkije , slikt zijn kritiek op Erdogan in. De Turkse president wil eerst praten over de Koerden.

Erdogan met voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie bij zijn bezoek aan Brussel. Foto Olivier Hoslet / EPA

Europa wil graag dat Turkije meer gaat doen om te verhinderen dat vluchtelingen uit Syrië naar Europa gaan. Maar de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, gisteren op bezoek in Brussel, heeft zijn eigen agenda. Hij wilde vooral praten over de strijd tegen Koerdische terroristen, het belangrijkste thema van zijn partij in de verkiezingscampagne.

Over vluchtelingen had Erdogan het in het openbaar vooral voorafgaand aan de reeks ontmoetingen met EU-leiders. Daarbij dreef hij de spot met de Europese reactie op de migratiecrisis. Terwijl Turkije 2,2 miljoen vluchtelingen te gast heeft, brengt heel Europa er maar een paar honderdduizend onder. „En wat zeggen ze tegen ons?”, vroeg hij zondag bij een ontmoeting met 12.000 partijaanhangers in Straatsburg, volgens Turkse media. „‘O jee, hou die deur dicht. Zorg ervoor dat ze ons niet bereiken’.”

De boodschap van de Turkse president aan Europese politici is dat ze Turkije niet hoeven te komen vertellen hoe ze met Syrische vluchtelingen moeten omspringen. Na ruim vier jaar oorlog en de komst van twee miljoen Syriërs die grotendeels op eigen kosten zijn opgevangen, hebben de Turken ervaring genoeg, vinden ze.

Die boodschap blijkt aangekomen. Europese politici stellen zich nederig op, terwijl achter de schermen wordt onderhandeld. Kritiek op de autoritaire trekken van Erdogan en de zorgen over het escalerende geweld tussen Turkse strijdkrachten en Koerdische guerrilla’s was bij zijn bezoek aan Brussel niet te horen.

Deel Turkse bevolking mort

Hoewel Erdogan benadrukt dat alle „broeders en zusters” uit Syrië welkom zijn en blijven, worstelt de Turkse regering met de opvang, nu de oorlog maar blijft duren. Een deel van de Turkse bevolking mort over de neerwaartse druk op de lonen en over de stijgende huren in de grote steden.

Doordat een groot deel van de Syrische kinderen niet naar school gaat, is er vrees voor radicalisering. De gedachte is dat jongeren met weinig omhanden en met weinig opleiding daar vatbaarder voor zijn. Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking zegde gisteren bij een bezoek in Istanbul twee miljoen euro toe voor onderwijs aan Syrische kinderen.

EU-landen, waaronder Nederland, zijn ook voorstander van het opzetten van door de UNHCR gerunde aanmeldcentra in Turkije voor mensen die in een EU-land asiel willen aanvragen. Ze vinden op dat punt nog geen gehoor bij de Turkse regering. Die houdt de regie van het vluchtelingenbeleid zo veel mogelijk in eigen hand.

Ankara wil vooral dat Europa meer meebetaalt aan de opvang. In de onderhandelingen wordt onder meer gesproken over door de EU gefinancierde opvangkampen in Turkije, boven op de bestaande 25 kampen. Daar wonen nu 260.000 Syriërs.

De agenda in Brussel werd voor een groot deel bepaald door de Turkse president. Hij zoekt steun voor het Turkse voorstel voor het creëren van een ‘veilige zone’ binnen Syrië met een vliegverbod. Dat zou een uitvalsbasis kunnen zijn voor de troepen die strijden tegen president Assad en een gebied om vluchtelingen op te vangen.

Turkije lobbyt daar al jaren tevergeefs voor. Nu Europa Turkije nodig heeft om de migratiecrisis op te lossen wordt het opnieuw overwogen, maar zonder enthousiasme, omdat het een directe confrontatie met Assad en de Russen zou betekenen.

Vluchtelingen onderweg van Turkije naar Griekenland, filmpje van RT

Lees ook: ‘Merkel moet nu Turken helpen’ en 'Op naar Europa', de reeks waarin correspondent Gert van Langendonck probeert met een groep Syrische vluchtelingen Fort Europa binnen te komen