Een gat in de dijk van 240 miljard dollar

Door maatregelen die de Oeso vandaag presenteerde, kunnen multinationals niet meer zo creatief met belastingen zijn. Driedubbele renteaftrek, dat is dus zo simpel niet meer.

Een rol dollarbiljetten. Foto Lex van Lieshout/ANP

Eén en dezelfde euro in drie verschillende landen als rente van de belasting aftrekken? Een beetje belastingadviseur van een multinational heeft dat zo voor elkaar. Wie dat niet kan regelen, is „een belastingadviseur van niks”, zegt Marlies de Ruiter van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Maar binnenkort is de rente driedubbel aftrekken niet zo makkelijk meer. Sterker: als het goed is, krijgt geen enkel bedrijf dat nog voor elkaar. De Oeso, club van 34 rijke landen, presenteerde vandaag een pakket maatregelen tegen belastingontwijking door multinationals. Er is brede steun: 44 landen, samen goed voor 90 procent van de wereldeconomie, staan achter de ambitieuze „actiepunten”, zoals de Oeso ze noemt.

Het onmogelijk maken van die veelvoudige renteaftrek is één van in totaal vijftien maatregelen die gezamenlijk „alle gaten in de dijk” kunnen stoppen, zegt De Ruiter, die op het Oeso-hoofdkantoor in Parijs leiding geeft aan een van de teams die de maatregelen hebben bedacht. De dijk staat voor alle belastingdiensten op de wereld. De gaten zijn de legale, maar zeer kunstmatige constructies die multinationals optuigen om daar toch doorheen te breken. 

Dat zijn bijvoorbeeld Starbucks, Google, Apple en Amazon. Deze en en andere bedrijven haalden afgelopen jaren het nieuws als ervaren belastingontwijkers. Voor het eerst heeft de Oeso uitgerekend wat dat kost: landen lopen jaarlijks tussen 4 en 10 procent aan winstbelasting mis – in totaal tussen de 100 en 240 miljard dollar. Dat moet afgelopen zijn, vindt de Oeso. Het is tijd dat bedrijven weer gewoon belasting betalen in het land waar ze hun geld verdienen.

Gaan alle 44 landen de maatregelen ook echt invoeren?

De Ruiter: „We hebben volledige consensus. Maar inderdaad, in principe is dit allemaal soft law. Landen zijn niet verplicht om mee te doen. Alleen ontstaat wel een heleboel druk, ook doordat we de invoering heel scherp in de gaten gaan houden. Het is voor landen ook interessanter om mee te bewegen. Want als één land niet meedoet, kunnen andere landen nog steeds maatregelen nemen. Dan belasten zíj dat geld wel.”

Landen concurreren met elkaar om bedrijven binnen te halen. Dat moet problemen opleveren bij de invoering.

„Landen moeten zich afvragen: hóé wil ik die bedrijven aantrekken? Een land wil een aantrekkelijk vestigingsklimaat creëren omdat dat banen oplevert. Belastingvoordeel voor patenten is prima – als dat leidt tot echte economische activiteit. Maar wat heb je eraan om winsten weg te trekken uit andere landen zonder dat er in jouw land echt iets gebeurt?”

Hoe heeft Nederland zich opgesteld bij het maken van de plannen?

„Aan de ene kant verdient Nederland geld met hoe de dingen nu geregeld zijn. Bijvoorbeeld met treaty shopping, het gebruikmaken van verschillende belastingverdragen door multinationals. Maar dat is ook een mechanisme waardoor andere landen belasting mislopen. De vraag voor Nederland was dus: moeten we wel meewerken? Het antwoord is toch: ja, dat moet, we moeten mee bewegen.”

Heeft Nederland zich ook ergens tegen verzet?

„In de discussie over de innovatiebox heeft Nederland zich stevig opgesteld. Die geeft bedrijven met nieuwe vindingen fiscaal voordeel. Die wilde Nederland liever niet aanpassen, omdat dat nadelig zou zijn voor het midden- en kleinbedrijf. Nederland komt op voor zijn belangen en krijgt daar ook dingen mee gedaan.”

Wat betekent dat, stevig opgesteld?

„Op alle niveaus zorgde Nederland dat zijn belangen goed werden vertegenwoordigd. Dat is ook heel belangrijk – zeker als er een beetje kritisch naar je wordt gekeken. Bij technische overleggen zijn de Nederlandse belangen ingebracht, er zijn ministers langs geweest, Dijsselbloem heeft gesproken met onze secretaris-generaal Angel Gurría.”

Toen de Oeso dit immense project in 2012 begon, had de wereld weinig interesse. Totdat Starbucks datzelfde jaar ineens vol in het nieuws kwam. De koffieketen bleek nauwelijks belasting te betalen in het Verenigd Koninkrijk. Plotseling was er de roep om actie – veel sneller en veel harder dan De Ruiter voor mogelijk had gehouden, zegt ze.

Starbucks ontweek de belasting door bedrijfsonderdelen dingen van elkaar te laten kopen voor kunstmatig hoge prijzen en zo de winst te verlagen. Transfer pricing zoals dat in jargon heet, is een veelgebruikt instrument. „Daar was toen heel veel oproer over”, zegt De Ruiter. „Iedereen zei: transfer pricing is fout, pak dat aan. Maar het probleem was veel groter.”

Dus besloot de Oeso alle fiscale trucs aan te pakken. Of in ieder geval een poging te wagen. Van dat gegoochel met interne prijzen tot treaty shopping tot al te creatieve renteaftrek. Gekunstelde belastingconstructies worden zichtbaarder. Multinationals moeten voortaan laten zien wat ze in welk land uitvoeren: omzet, winst, aantal werknemers, belastingafdracht. Country-by-country reporting noemt de Oeso dat. Zo kunnen belastingdiensten zien of ze niet heel veel geld mislopen met z’n allen.

Welke van de plannen gaat multinationals het meeste geld kosten?

„Ze zijn het meest geschrokken van de maatregel tegen renteaftrek, denk ik. Daarover zijn de gemoederen hoog opgelopen. Maar ook op country-by-country reporting hebben we een berg commentaar gekregen. Want dingen worden toch wel heel transparant zo. Als je in een land met lage belasting geen personeel hebt maar wel heel veel winst maakt, kan je daar beter opdoeken.”

Heeft u ook ergens te veel water bij de wijn gedaan, onder alle druk?

„Er is hier en daar best wat water bij de wijn gegaan. Bijvoorbeeld: alleen bedrijven met een omzet van meer dan 750 miljoen euro moeten al die gegevens per land rapporteren. Daardoor hoeft maar 10 procent van alle bedrijven dat te doen. Maar die zijn wel goed voor 90 procent van de wereldwijde winsten. En hoeven kleinere bedrijven geen hoge kosten te maken voor zulke rapportages. Ik wil niet doen alsof alles precies is gegaan zoals wij hoopten. Maar er is meer uitgekomen dan ik had verwacht.”