Column

Een antisemitisch pamflet

Aan de muur van mijn huis hangt een groot bord, waarop met regelmaat nieuwe reclameaffiches verschijnen. Kamasutra, erotische lifestyle-beurs, is net vervangen door een reisbureau, met drie als poppetjes verklede vingers. Als ik mijn huis uitloop om een boodschap te doen, zie ik dat iemand er drie A4’tjes met tekst overheen heeft opgeplakt, net boven ooghoogte.

Het blijkt een antisemitisch pamflet. Een anonymus betoogt dat het Dagboek van Anne Frank een vervalsing is, dat er getuigen zijn die dit onder ede verklaard hebben voor het Bundesverfassungsgericht, maar dat dit geheim wordt gehouden. Er volgt een Holocaust-ontkenning. Als u deze papieren wegscheurt, dan bewijst u daarmee dat we in een ‘zionazistische staat’ leven, eindigt de tekst.

Nu, dat laatste vind ik niet, zo de term al iets zou betekenen. Maar wegscheuren doe ik ook niet. Het pamflet wekt mijn walging op, en ook bezorgdheid. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat er iemand de moeite heeft genomen deze kwaadaardige onzin op te schrijven, met een laserprinter te vermenigvuldigen en dan hier op te hangen. Wat ging er door hem heen?

Maar wegscheuren doe ik dus niet. Niet uit eerbied voor de vrijheid van meningsuiting, of omdat ik vind dat uitingen als deze toelaatbaar horen te zijn. Het is eerder, denk ik, uit aangeboren terughoudendheid. Gevoel in primaire reacties omzetten is niet zo mijn ding – ik doe tenslotte ook niet mee aan shitstorms op Twitter. Misschien heb ik me als journalist in dictaturen en oorlogsgebieden ook wel te veel aangewend om waar te nemen, en niet in te grijpen.

Dan komt mijn vriendin net aangefietst. „Kijk eens, een antisemitisch pamflet”, zeg ik. „Het is niet waar”, zegt ze en leest. Meteen wegscheuren, zegt ze. Dat doe ik. Scheuren is trouwens niet het juiste woord – de lijm op de achterkant van de vellen is nog nat, zodat ze intact blijven.

Een mij onbekende buurtgenote, die net wat weggooit in de ondergrondse vuilcontainer, kijkt nieuwsgierig toe. „Wat is dat?” Mijn vriendin laat de vellen zien. „Weg ermee”, zegt de buurtgenote kordaat, scheurt ze doormidden en werpt ze in de vuilcontainer.

Juist op dat moment komt een andere buurman aangelopen, eentje die ik ken en van wie ik weet dat zijn sociale geweten sterker is ontwikkeld dan het mijne. „Je hebt het toch wel gefotografeerd?”, zegt hij. „Je moet aangifte doen!” Maar daarvoor is het dus te laat.

Die avond kijk ik of ik de website kan vinden die in het pamflet genoemd werd. Dat lukt niet, maar wel vind ik talrijke andere websites van Nederlanders die het kennelijk heel belangrijk vinden te ‘onthullen’ dat het Dagboek van Anne Frank een vervalsing is.

Soms betwijfel ik, of Nederland er wel leuker op wordt. En of er nog wel ruimte is voor terughoudendheid.