Brede steun voor aanpak belastingontwijking

Vijftien maatregelen om belastingontwijking onmogelijk te maken.

Tussen de 100 en 240 miljard dollar. Zoveel geld lopen alle belastingdiensten van de wereld samen jaarlijks mis als gevolg van belastingontwijking door multinationals. Dat schat de organisatie voor economische samenwerking OESO, die de kosten van belastingontwijking voor het eerst berekende.

Als het aan de OESO ligt, worden die miljarden in de toekomst gewoon afgedragen. De OESO, waarin 34 geïndustrialiseerde landen samenwerken op sociaal-economisch terrein, presenteerde gisteren vijftien maatregelen die belastingontwijking door multinationals onmogelijk moeten maken. Inmiddels hebben zich 44 landen – samen goed voor 90 procent van de wereldeconomie – achter de plannen geschaard, waaronder Nederland.

De OESO heeft de voorstellen gedaan op verzoek van de G20, de grootste twintig industrielanden. De verwachting is dat de G20-ministers van Financiën, die later deze week bijeenkomen in Lima (Peru), zich achter de voorstellen scharen. Daarmee zou zich voor het eerst een breed draagvlak aftekenen voor internationale bestrijding van belastingontwijking.

In een reactie zei staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) ingenomen te zijn met de voorstellen. Hij noemt ze „de meest serieuze poging die er ooit is geweest” om internationale belastingontwijking tegen te gaan. Het kabinet ziet in de OESO-aanbevelingen een waardering voor de sterke kanten van het huidige fiscale klimaat, terwijl Nederland in het recente verleden door de OESO nog als belastingparadijs werd gezien.

Volgens Wiebes heeft de OESO nu erkend dat een aantal onderdelen van de Nederlandse fiscale wetgeving gebruikt kunnen worden om misbruik en ontduiking tegen te gaan, zoals het maken van bilaterale belastingverdragen met ontwikkelingslanden.

Wiebes: „Belastingverdragen kunnen nu juist een vehikel zijn om antimisbruikbepalingen in te verpakken. Dat wordt nu de wereldwijde standaard. Misschien komt er dan een einde aan het jarenlang bashen van typische Nederlandse sterktes in het fiscale klimaat.”

Over één onderdeel van de OESO-aanbevelingen is Nederland minder gelukkig: de beperking van de innovatiebox, een fiscale vrijstelling om onderzoek en innovatie bij bedrijven te stimuleren.

De stevige lobby om die te behouden is niet helemaal gelukt, erkent Wiebes. Een eerder voorstel om de innovatiebox sterk te beperken is volgens Wiebes weliswaar afgezwakt, maar: „Het blijft een achteruitgang.”