Bank mag moeder van de klant niet uit huis zetten

Mag een bank een lening aan een hoveniersbedrijf mede baseren op de afspraak dat een oude, kwetsbare (deels analfabete) vrouw haar woning moet ontruimen bij wanbetaling door de hovenier? De rechtbank in Zutphen kwam voor de zomer tot een negatief oordeel. De bank kende de verhoudingen: dit was een familiebedrijf dat was voortgezet door de zoon, terwijl de weduwe op het terrein was blijven wonen en de zoon een extra huis had bijgebouwd. Om het bedrijf te financieren stelde de bank voor dat de zoon het huis van zijn moeder zou overnemen, waarbij een ontruimingsbeding voor de bank extra financiële zekerheid bood op de waarde van die woning. De moeder kreeg van de zoon een levenslang recht van gebruik en bewoning. Maar dan moest de zoon natuurlijk wel de hypotheek kunnen afbetalen. Na een jaar ging dat al mis, waarna de bank ook de moeder wilde uitzetten.

De rechter oordeelt echter dat de bank de moeder juist van dat ontruimingsbeding had moeten weerhouden. Zij kende de precaire financiële situatie van haar zoon niet en kon ook haar eigen zaken niet overzien. Zij zette met deze verkoop haar hele vermogen op het spel. Verder wist de bank dat de zoon ook ander onroerend goed als onderpand had kunnen aanbieden. De bank mag wel beide huizen verkopen, maar het ontruimingsbeding geldt niet. De moeder mag er blijven wonen.