Zowel PKK als Erdogan bedriegt achterban

Turken en Koerden willen vrede, geen oorlog. Maar Erdogan en de PKK zoeken de confrontatie, constateert Mehmet Cerit.

Turkije is in de ban van oorlog. De laatste 76 dagen heeft de terroristische PKK via aanslagen 137 politieagenten en militairen omgebracht. Het Turkse leger heeft volgens het staatspersbureau in dezelfde periode 1198 PKK-terroristen uitgeschakeld. Niemand lijkt uit op vrede. In sommige steden in het zuidoosten van Turkije is een avondklok en straatverbod van kracht. Het Turkse leger sluit er steden hermetisch af (geen water, stroom of internet) om terroristen op te pakken. Daarbij zijn er tot nu toe 81 burgers omgekomen waarvan 16 kinderen. Die zitten letterlijk tussen twee vuren. De PKK wakkert met terreuraanslagen op politie en militairen de haat tegen Koerden aan. In de toeristenstad Mugla werd op 8 september 2015 een Koerd door tientallen vandalen in elkaar geslagen omdat hij een foto van zichzelf met Koerdische kleding op Facebook had gezet. In Istanbul werd op 6 september 2015 een Koerdische jongen doodgestoken omdat hij Koerdisch sprak. Turkije lijkt weer beland in de jaren negentig.

Het staat in schril contrast tot wat president Erdogan een paar jaar geleden beloofde: Turkije zou de Koerdische kwestie koste wat kost oplossen via dialoog en democratie.

Hij kreeg de volledige steun voor dit vredesproces. Het wordt echter steeds duidelijker dat Erdogan het vredesproces vooral heeft gebruikt om de Koerden op zijn partij (AKP) te laten stemmen. Nu de Koerden zich dreigen af te wenden van AKP heeft Erdogan ineens weinig behoefte het vredesproces te voltooien.

Integendeel. Erdogan hoopt nu met zijn aanvallen op de terroristisch organisatie PKK de nationalistische Turken voor zich te winnen. Hij lijkt te denken dat door het PKK-geweld de pro-Koerdische partij HDP stemmen verliest en de kiesdrempel niet zal halen, zodat AKP straks weer in haar eentje een regering kan vormen.

Maar dit duivelse plan heeft averechts gewerkt. Peilingen wijzen uit dat AKP licht verliest en HDP de kiesdrempel gemakkelijk haalt. Turken en Koerden willen vrede, geen oorlog. Ze hebben doorzien dat hun kinderen doodgaan door Erdogans hebzucht.

Hij lijkt nu bereid om alles – zelfs burgeroorlog – uit te kast te halen om aan de macht te blijven. Er gaat het gerucht dat Erdogan de geplande verkiezingen van 1 november een jaar kan uitstellen als mocht blijken dat AKP in de peilingen niet afstevent op een absolute meerderheid in het parlement. Voor de verkiezingen van 7 juni zei Erdogan tegen de kiezer: „Geef mij 400 zetels (lees: invoering presidentieel systeem) om deze zaak zonder problemen op te lossen.” Nu hij dat mandaat niet heeft gekregen, zegt hij: „Als een van de partijen (lees: AKP) 400 zetels had gehaald, dan hadden wij deze chaos (PKK aanslagen) niet gehad.” Erdogan zegt daarmee eigenlijk dat als hij president was geworden in een nieuw presidentieel systeem, hij de vredesbesprekingen met PKK niet zou hebben opgeschort. Hij heeft Turken en Koerden dus bedrogen met het vredesproces als sprookje. Hij wil vrede als het hem goed uitkomt, en anders niet.

Ook de PKK heeft haar achterban bedrogen met vredesbesprekingen en wapenstilstand. Ze heeft het vredesproces gebruikt om een oorlog voor te bereiden. Want ondanks afspraken hebben ze hun wapens niet ingeleverd en hun strijders niet terugtrokken uit Turks grondgebied.

Ze is naar aanleiding van de zogenaamde IS-aanslag in Suruc – die op 20 juli van dit jaar 33 levens eiste – met haar aanslagen op veiligheidsdiensten een oorlog begonnen. Onbegrijpelijk als je bedenkt dat met de pro-Koerdische HDP (tachtig zetels in het Turkse parlement) de Koerden goed zijn vertegenwoordigd.

Hierdoor kregen Koerden hoop om de kwestie zonder gewapende strijd en via democratische weg op te lossen. Maar ook de herhaalde oproepen van HDP-leider Demirtas, Koerdische ngo’s en intellectuelen om de wapens neer te leggen, zijn niet door de PKK gehoord. De heren in de bergen willen net als Erdogan geen vrede, maar oorlog. Ze willen blijkbaar geen sterke, Koerdische politieke beweging; dat bedreigt immers de levensvatbaarheid van de PKK en staat legitimatie van de gewapende strijd in de weg. De PKK wordt zo steeds meer een molensteen om de nek van de Koerden – en AKP en Erdogan om de nek van Turkije. Erdogan wil koste wat het kost aan de macht blijven en PKK wil door oorlog afscheiding creëren. Conclusie: beide hebben hun achterban bedrogen.