Woede en wanen van getroebleerde telg

Sylvia Poorta als de even onmogelijke als onweerstaanbare Lydie (links), en Sanne den Hartogh als haar getergde zoon Guido in ‘Van Waveren’ bij het Ro.Foto Leo van Velzen

Een imperium, familievetes, een wereldoorlog, ondergang – de geschiedenis van de Hollandse ‘bollenfamilie’ Van Waveren – door filmer Wim van der Aar in 2012 indrukwekkend vastgelegd in De Van Waveren Tapes, is episch historisch materiaal dat lijkt voorbestemd voor groots drama. Geen wonder dus dat regisseur Alize Zandwijk die geschiedenis uitkoos als onderwerp voor haar laatste grote zaalvoorstelling bij het Ro Theater. Don Duyns en Rik van den Bos schreven over de familie een nieuw stuk, Van Waveren: fictie gebaseerd op waargebeurde feiten. De mooie tekst, even tragisch als fris-tintelend en geestig, heeft als zwaartepunt de schaduw die een vorige generatie over de volgende werpt. Centraal staat de berooide nazaat Guido van Waveren (Sanne den Hartogh), ook de protagonist van De Van Waveren Tapes, die in zijn gekwelde brein de hele familiegeschiedenis opnieuw afdraait.

Herinneringen zien we dus, nachtmerries, spoken uit het verleden. Doden duiken op, tijden schuiven over elkaar. In haar gestileerde, artificiële regie sluit Zandwijk aan bij Guido’s binnenwereld. Niet het historisch-documentaire aspect van deze ‘Hollandse Heimat’, krijgt de nadruk, maar de woede en wanen van een getroebleerde geest. Dat zou een gemiste kans kunnen zijn, als het niet zo goed was gedaan. Met volmaakt gedoseerde, krachtige beelden creëert Zandwijk een vreemd maar immer dwingend universum - waarin overigens ook veel te lachen valt.

Dat geldt vooral voor het begin. Op een kluitje dringen Guido’s kwelgeesten zich op: opa Theodoor, ooms Erlo, Tom en Frank, sullige vader Tup (Jack Wouterse), en zijn even gestoorde als onweerstaanbare moeder Lydie (schitterende rol van Sylvia Poorta), die algauw de belangrijkste bedreiging voor zijn levensgeluk blijkt.

In haar beeldrijke regie toont Zandwijk veel gevoel voor het noodlot dat familie is. Continu zitten de andere acteurs Den Hartogh te dicht op de huid, ze overweldigen, smoren, verpletteren hem. Hij kan niet ademen, niet leven. En passant vernemen we hoe het de verstoten oom Erlo (Nasrdin Dchar) in de VS vergaat, en zijn we getuige van het griezelige opportunisme van oom Frank in nazi-Duitsland. Het is de fatale karaktermix van twee broers: de gewetenloze Frank (een mooi gelaagde Herman Gillis), en de goeiige Tup, die het familiebedrijf uiteindelijk te gronde richt.

Tegen het decor van die ondernemerstragedie zoomt Zandwijk steeds verder in op de knellende band van een zoon en zijn moeder, die hem een hersenbeschadiging aanpraat en hem dertien jaar bij haar in bed houdt. Tragisch, pijnlijk, schrijnend.

De belofte van een Hollandse Heimat wordt zo misschien niet ingelost, maar keelsnoerend drama is het, hoe klein ook.