Terloopse diepgang in levensverhaal

‘Zo hou je de discriminatie in stand’, vindt broeder Daniel. Taxichauffeur Max Tromp troggelt zijn rijke witte klanten graag een hoge fooi af, door zijn veelbewogen levensverhaal te vertellen. Dat bevestigt de verhoudingen op Curaçao, vindt de broeder – ooit zijn onderwijzer, altijd zijn mentor. Maar, verdedigt Max zich, ‘ik zeg het niet op een zielige manier, hè. Gewoon, eerlijk. En dat werkt!’

Niet zielig, maar vlot en onnadrukkelijk aangrijpend vertelt Stefan Brijs dat levensverhaal, in de generatieroman Maan en zon, die ook de levens van Max’ vader Roy en zoon Sonny omvat. Tegelijk heeft het boek een sociaal-maatschappelijke laag: het verhaal loopt gelijk op met de recente geschiedenis van veel zwarte Antillianen. Roy is de typische machoman – maar ook een toegewijde vader die zijn kind hogerop wil krijgen. Al staan tussen droom en daad armoede in de weg. Broeder Daniel vertelt zijn verhaal in één doorwaakte nacht, terwijl Max naar Nederland vliegt om daar voor zijn taxi, het familiepronkstuk de Dodge Matador, onderdelen te gaan kopen. Zegt hij. De dreiging is voelbaar, en zo zit er spanning in een verder kalm en aandachtig verteld verhaal. Door de broeder (zelf zwart, maar half buitenstaander) aan het woord te laten, houdt Brijs net de afstand die het verhaal diepgang geeft en behoedt voor activistische rechtlijnigheid. Het is des te realistischer geworden. Zo maakte Brijs de literaire update vanaf Curaçao die Maan en zon is, roerend en belangwekkend.