Column

Herhaling doet herhalen

Shootings zoals in Oregon afgelopen donderdag, worden niet bedacht door creatieve geesten, maar door na-apers. In zijn reactie op de schietpartij, benadrukte president Obama dat het routine was geworden: het identificeren van de slachtoffers, het condoleren en opvangen van getroffen families, de persbijeenkomst bij het Witte Huis, de mensen die roepen dat er meer wapens moeten komen (ook al zijn wapens in Amerika als fietsen in Nederland). De routine die hij beschreef is wrang en lijkt bovendien niet alleen het gevolg van een tragische gebeurtenis, maar ook deels de oorzaak van die schietpartijen. Herhaling doet herhalen.

In De Republiek schetste filosoof Plato hoe zijn ideale samenleving eruit moest zien. Hij geloofde dat er een ‘echte’ versie is van alles wat wij waarnemen. Want, zo stelde hij, alles om ons heen is vergankelijk, veranderlijk en dus onvolmaakt. De stoel waar je op zit is dus onvolmaakt en gemaakt naar een ideaal van een stoel, een volmaakte versie die zich in een transcendente ideeënwereld bevindt. Net als bijvoorbeeld God is de Idee dus niet zomaar toegankelijk voor mensen – het gebruik van hoofdletters is zo hiërarchisch bedoeld als het eruitziet. Plato wilde kunst uit de maatschappij bannen omdat kunst doorgaans een deel van de werkelijkheid verbeeldt en daarom een dubbele mimesis, nabootsing, is: een afspiegeling van een afspiegeling.

Je zou kunnen betogen dat de onthoofdingstrend van IS wordt aangewakkerd door Caravaggio’s ‘David met het hoofd van Goliath’ maar het lijken toch vooral de mediawijze YouTube video’s te zijn die katalyserend werken. Het onthoofden is bovendien niet nieuw; de wijde verspreiding van het beeld is nieuw. En die voortdurende waarneming van het onvolmaakte, zet aan tot het nabootsen van onvolmaaktheid.

Wat nu als er iets in Oregon gebeurde, maar we kwamen het niet te weten? De gebeurtenis zou alsnog vreselijk zijn voor de betrokkenen, maar het werkt niet per se verlichtend om het leed de wereld in te werpen. Onbekenden voelen even medeleven, maar morgen zijn hun twittergebedjes elders. Natuurlijk is het een prettig idee dat vreemden aan je denken (wat een loop eigenlijk: denken aan mensen die aan jou denken), maar zit er niet ook een maximale hoeveelheid aan het mededogen dat we positief kunnen dragen?

Wanneer we slecht nieuws zien voelen we ons boos of machteloos. Vaak leidt dat tot een trending hashtag. Heel soms volgen Kamervragen. Zelden leidt een nieuwsbericht tot internationale opstand.

Is er eigenlijk wel een werkelijk sterke correlatie tussen de zichtbaarheid van een probleem en het verdwijnen van dat probleem? Misschien is het een idee dat burgerjournalisten en media moedwillig een jaar zwijgen.

Een jaar lang niets weten. Ik ben benieuwd hoe de wereld er daarna uitziet. Misschien bevalt het wel zo goed dat we dat nooit zullen weten.