Scoren met een marathon op je cv

Mensen die regelmatig sporten verdienen meer en krijgen makkelijker een baan. Zijn fitte mensen betere werknemers?

De marathon van New York. Foto Don Emmert / AFP

Ooit op je cv vermeld dat je twee keer per week een lesje pilates volgt? Of jaarlijks meedoet aan de Dam tot Dam-loop? Zo niet, dan zou je dat eens moeten doen. Want het idee is dat succesvolle mensen fitte mensen zijn. Dat sporten invloed heeft op het salaris bleek onder meer uit een meta-analyse van onderzoeksinstituut IZA, waarvoor tien studies onder de loep werden genomen. Volgens dit onderzoek verdienen mensen die regelmatig sporten meer geld. Bij mannen is dat verband het sterkst als ze fitnessen of buiten sporten, bij vrouwen hangt het af van de leeftijd. Zijn ze tussen de 26 en 45, dan zijn ze het meest gebaat bij racketsport. Vrouwen tussen de 46 en 64 kunnen beter aan buitensport doen.

Naast een hoger salaris krijgen fitte mensen ook makkelijker een baan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een Zweeds experiment dat in hetzelfde onderzoek wordt besproken. De conclusie: als sollicitanten hun sportactiviteiten op hun cv vermelden, is de kans groter dat ze worden aangenomen.

Een slechte zaak, vindt onderzoeker André Spicer. Hij is hoogleraar Organisational Behaviour aan de City University in Londen en co-auteur van het boek The Wellness Syndrome. Daarin stelt hij dat gezondheid een morele verplichting is geworden: sporten maakt ons volgens de heersende opvatting niet alleen fittere maar ook betere mensen. „Psychologen noemen dat het ‘halo-effect’: de neiging om karaktertrekken of morele kwaliteiten te koppelen aan uiterlijk. Gezonde, slanke mensen zien we als gedisciplineerd en vaardig. Dikke mensen zijn lui en ongemotiveerd. Rokers hebben geen doorzettingsvermogen.”

Sportieve topmannen

Op zich is dit niet nieuw, maar fitheid is de afgelopen twintig jaar wel een stuk belangrijker geworden, zegt Spicer. „Tot de jaren zestig hadden we religie als ons morele kompas, daarna werd hard werken een deugd. En nu associëren we kwaliteit dus met gezondheid.” Ter illustratie beschrijft hij een onderzoek naar sportiviteit onder bazen. „Het aantal bestuursvoorzitters dat op hun cv vermeldt marathons te lopen is tussen 2001 en 2011 met 85 procent toegenomen.”

Zijn fitte mensen hardere werkers? Op zich lijkt het logisch: als je beschikt over kwaliteiten als doorzettingsvermogen en discipline als sporter, zullen die ook tot uiting komen in je carrière. Volgens Michael Lechner, auteur van het IZA-onderzoek, is dit dan ook de meest plausibele verklaring. „Het alternatief zou zijn: fitte mensen zijn geen betere werknemers. Als dat zo zou zijn, en deze fitte mensen dus tegenvallend presteren, zou je verwachten dat werkgevers hiervan leren en hun ideeën zouden bijstellen. Maar dat is niet het geval.”

Spicer is het hier niet mee eens. Als voorbeeld noemt hij het Zweedse experiment met de cv’s. „Ik sluit zeker niet uit dat er een link is tussen fitheid en werkprestatie, maar ik geloof ook dat er een gezondheidsbias bestaat onder werkgevers.”

Uitzendbureau Olympia bevestigt dit. Volgens het bedrijf, dat bemiddelt voor zo’n 12.000 uitzendkrachten, kiezen werkgevers sneller voor iemand met een fit voorkomen dan een werknemer die dik wordt gevonden of er ongezond uitziet. „We merkten dat nadat vorig jaar de ziektewetgeving veranderde”, zegt manager marketing en innovatie Steven Gudde. „Werkgevers moesten zieke flexwerkers vanaf toen doorbetalen na contractbeëindiging, en waren daarom meer gebaat bij gezonde werknemers.” En toen bleek dat het oordeel van werkgevers over de levensstijl van kandidaten een grotere rol ging spelen. Onterecht, volgens Olympia. „We proberen werkgevers te overtuigen verder te kijken dan het cv en het voorkomen. Zo gebruiken we speciaal ontwikkelde games om aan te tonen dat onze kandidaten geschikt zijn voor een functie.” Tegelijkertijd adviseert Olympia niet-fitte uitzendkrachten te letten op hun gezondheid. „We leggen uit dat hun voorkomen invloed heeft op hun inzetbaarheid. Maar we bemoeien ons verder niet met hun gewicht of rookgedrag. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid.”

Ingrijpen in ongezonde levensstijl

Toch zien een hoop werkgevers dat anders. Uit een enquête van MKB-Nederland, die in 2012 werd gehouden onder tweeduizend ondernemers, bleek dat drie op de vijf ondervraagden het gerechtvaardigd vonden om zich te bemoeien met de ongezonde levensstijl van hun werknemers; ook als die geen invloed had op hun werkprestaties. Als die er wel onder leden, vond zelfs 92 procent dat er mocht worden ingegrepen.

Maar wat als fitheid en gezondheid niet direct te zien zijn? Neem voormalig topjudoka en sumoworstelaar Françoise Harteveld. Ondanks haar verleden als topsporter, kreeg ze in haar carrière meerdere keren te maken met gewichtsdiscriminatie. Bijvoorbeeld toen ze een paar jaar geleden bij Achmea werkte, waar ze – ironisch genoeg – juist was aangenomen om een fitheidsprogramma voor medewerkers te ontwikkelen. „Tijdens een beoordelingsgesprek vroeg mijn manager: ‘wat weeg jij eigenlijk?’ Ik antwoordde dat die informatie niet relevant is voor mijn functioneren, en ziekteverzuim in mijn geval nooit een probleem is geweest.” Volgens een woordvoerder van Achmea betrof het een „ongelukkig voorval”, normaliter wordt medewerkers niet naar hun gewicht gevraagd.

Tegenbewegingen

Mensen kunnen hun voordeel doen met de wetenschap dat fitheid hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot en een beter salaris oplevert. Toch geldt dit zeker niet voor iedereen, zegt Spicer. „Voor sommige mensen ligt de lat simpelweg te hoog. Je ziet daarom ook allerlei tegenbewegingen: een rebellie tegen het fitheidsideaal. Zo is er de fat acceptance-beweging, waarin het hebben van ernstig overgewicht wordt verheerlijkt.”

Werkgevers moeten volgens hem goed nadenken over wat ze van hun personeel vragen. „Sowieso niets verplichten, zoals in de VS veel gebeurt. Geef werknemers de mogelijkheid onder werktijd te sporten – mits ze dan niet alsnog een uur langer moeten blijven om hun werk af te krijgen.”