Portugezen accepteren bezuinigingen wél

Grote protestpartijen zijn geen succes.

Aanhangers van de regering vieren dat de coalitie de grootste is gebleven. Foto Steven Governo/AP

Portugal is het eerste Europese land waar een regering die met harde maatregelen een financiële reddingsoperatie heeft doorgevoerd, niet is weggestemd door de kiezers. De centrum-rechtse coalitie ‘Portugal Vooruit’ kan na de verkiezingen van gisteren aan een tweede termijn beginnen, ook al is ze haar absolute zetelmeerderheid kwijt. De coalitie van premier Pedro Passos Coelho haalde 38,4 procent van de stemmen en zal waarschijnlijk een wankele minderheidsregering gaan vormen. De socialisten blijven met de communisten en Het Linkse Blok in de oppositiebanken. Waarom betaalden de Ierse of de Griekse regeringen een veel hogere prijs voor bezuinigingen dan de Portugese?

1 Portugal zit na jaren van ellende economisch in de lift.

Het was van grote symbolische waarde dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) woensdag na vier jaar zijn kantoor in Lissabon sloot. De Portugese regering heeft de economie van het land fors gesaneerd. Dat deed veel pijn. De koopkracht daalde fors en de werkloosheid steeg enorm. Portugezen gingen uit protest massaal de straat op. Een half miljoen veelal hoog opgeleide Portugezen vertrokken naar het buitenland. In 2013 waren de eerste lichtpuntjes zichtbaar. Het tekort op de betalingsbalans werd omgebogen tot een klein overschot. De laatste twee jaar liep de werkloosheid terug van 17,5 tot 12,4 procent en de economie groeit dit jaar met 1,5 procent. Ondanks de nog zeer hoge staatsschuld, een minimumloon van 505 euro en een gebrek aan banen voor jongeren is er weer licht optimisme onder de Portugezen. Stabiliteit is het sleutelwoord van Passos Coelho. Hij is de eerste premier sinds de Anjerrevolutie van 1974 die zijn termijn heeft uitgezeten. „Ik of de chaos”, luidde zijn verkiezingskreet. De kans dat de coalitie nog eens vier jaar vol maakt is echter klein.

2 De socialisten hebben veel geloofwaardigheid verloren.

Portugal werd in 2011 nog geregeerd door premier José Sócrates toen het land 78 miljard euro noodhulp bij de trojka aanvroeg. Bij de verkiezingen in juni 2011 werden de socialisten van Sócrates weggestemd en kwam centrum-rechts aan de macht. De oud-premier zit sinds november vast als verdachte in een corruptieonderzoek, aanvankelijk in de gevangenis van Évora en de laatste maand thuis. Hij kreeg gisteren wel toestemming om te stemmen. Sócrates was in 2011 naar Parijs vertrokken, waar hij er een luxe leven op nahield. Hij wordt ervan verdacht smeergeld te hebben ontvangen van de bevriende zakenman Carlos Santos Silva. De Portugese justitie is nog altijd bezig met deze zaak. Die wierp een schaduw over de campagne van de socialistische leider António Costa, die voor de verkiezingen nog verwachtte dat hij het land zou gaan leiden. De Socialistische Partij kwam uit op 32 procent.

3 Protestpartijen tegen de bezuinigingen zijn niet zo succesvol.

Portugezen lopen niet snel uit de pas. Grote protestpartijen die zich verzetten tegen de door Europa opgelegde bezuinigingen, zoals Syriza (Griekenland) of Podemos (Spanje), zijn er op links noch op rechts. Ze zien zichzelf liever als een van de braafste jongetjes uit de klas van de Europese Unie dan als dissident. De onvrede van uiterst links is van oudsher verenigd in de communistische partij. Deze partij is een factor geweest sinds Portugal veertig jaar geleden een democratie werd. Haar alliantie met de Groenen (CDU) krijgt 8 procent van de stemmen. Uit de communistische partij is in 2000 wel Het Linkse Blok ontstaan. Die partij kon op de steun van Syriza en Podemos rekenen en steeg gisteren enigszins verrassend naar 10 procent. In tegenstelling tot de communisten wil deze partij niet uit de euro.

4 De lage opkomst werkte in het voordeel van de regering.

Veel Portugezen hebben de interesse in de politiek door vele corruptieschandalen simpelweg verloren. De regen en de wind hielpen gisteren in de hoofdstad Lissabon ook niet mee aan een hoge opkomst. Ruim 43 procent van de 9,6 miljoen stemgerechtigde Portugezen ging niet naar de stembus. Vooral jongeren lieten het afweten bij deze verkiezingen. Traditioneel gezien is een lage opkomst gunstig voor de conservatieven.