Waarom de Portugese kiezer de regering niet straft

Het kabinet mag blijven, ondanks de harde bezuinigingen. Vier redenen waarom.

Portugal is het eerste Europese land waar een regering die met harde maatregelen een financiële reddingsoperatie heeft doorgevoerd, niet is afgestraft door de kiezers. De centrum-rechtse coalitie Portugal Vooruit kan na de verkiezingen van gisteren aan een tweede termijn beginnen, ook al is ze haar absolute zetelmeerderheid vrijwel zeker kwijt: exitpolls voorspelden een verlies van 8 procent. De socialisten blijven met de communisten en het linkse blok in de oppositiebanken. Waarom betaalden bijvoorbeeld de Ierse of de Griekse regeringen een hogere prijs voor bezuinigingen dan de Portugese?

1 Portugal zit na jaren van ellende economisch in de lift.

Het was van grote symbolische waarde dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) woensdag na vier jaar zijn kantoor in Lissabon sloot. De Portugese regering heeft de economie van het land fors gesaneerd. Aanvankelijk deed dat veel pijn. De koopkracht daalde fors en de werkloosheid steeg enorm. Portugezen gingen uit protest massaal de straat op. Een half miljoen veelal hoog opgeleide Portugezen vertrokken naar het buitenland.

In 2013 waren de eerste lichtpuntjes zichtbaar. Het tekort op de betalingsbalans werd omgebogen tot een klein overschot. De laatste twee jaar liep de werkloosheid terug van 17,5 tot 12,4 procent en de economie groeit voorzichtig. Ondanks de nog altijd hoge staatsschuld, een minimumloon van 505 euro en een gebrek aan banen voor jongeren is er weer licht optimisme onder de Portugezen. Stabiliteit is het sleutelwoord van Passos Coelho. Hij is de eerste premier sinds de Anjerrevolutie van 1974 die zijn termijn heeft uitgezeten. „Ik of de chaos”, luidde zijn verkiezingskreet.

2 De socialisten hebben veel geloofwaardigheid verloren.

Portugal werd in 2011 nog geregeerd door premier José Sócrates toen het land 78 miljard euro noodhulp bij de trojka aanvroeg. Bij de verkiezingen in juni 2011 werden de socialisten van Sócrates weggestemd en kwam centrum-rechts aan de macht. De oud-premier zit sinds november vast als verdachte in een corruptieonderzoek, aanvankelijk in de gevangenis van Évora en de laatste maand thuis. Sócrates was in 2011 naar Parijs vertrokken, waar hij er een zeer luxe levensstijl op nahield. Hij wordt ervan verdacht smeergeld te hebben ontvangen van de bevriende zakenman Carlos Santos Silva. De Portugese justitie is nog altijd bezig met deze zaak. Die wierp een schaduw over de campagne van de socialistische leider António Costa, ook al won zijn partij licht.

3 Protestpartijen tegen de door Europa opgelegde bezuinigingen zijn niet zo succesvol.

Portugezen lopen niet snel uit de pas. Protestpartijen, zoals Syriza (Griekenland) of Podemos (Spanje), zijn er op links noch op rechts. Ze zien zichzelf liever als een van de braafste jongetjes uit de klas van de Europese Unie dan als dissonant. De onvrede van uiterst links is van oudsher verenigd in de communistische partij. Deze partij is een stabiele factor geweest sinds Portugal in 1975 een democratie werd. Haar alliantie met de Groenen (CDU) krijgt volgens exitpolls zeker 7 procent van de stemmen. Uit de communistische partij is in 2000 wel het Linkse Blok ontstaan. Die partij kon op de openlijke steun van Syriza en Podemos rekenen en steeg gisteren naar 8 procent. In tegenstelling tot de communisten wil deze partij niet uit de euro stappen.

4 De lage opkomst werkte in het voordeel van de zittende regering.

Veel Portugezen hebben de interesse in de politiek door vele corruptieschandalen simpelweg verloren. De regen en de wind hielpen gisteren in de hoofdstad Lissabon ook niet mee aan een hoge opkomst. Ruim 45 procent van de 9,6 miljoen stemgerechtigde Portugezen ging niet naar de stembus. Vooral de jongeren lieten het afweten bij deze verkiezingen. Traditioneel gezien is een lage opkomst gunstig voor de conservatieven.