Zorgen bij scholen over asielkinderen in de klas

Schoolleiders maken zich zorgen over traumaverwerking bij asielzoekerskinderen. Dat blijkt uit de peiling ‘Onderwijs aan vluchtelingenkinderen: waar knelt het en wat gaat al goed?’, gehouden onder de leden van Verus – de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs. Scholen zeggen dat zij niet precies weten hoe ze getraumatiseerde kinderen moeten begeleiden.

Ze vrezen bovendien dat de werkdruk voor leerkrachten nog verder oploopt. Uit verschillende reacties van schoolleiders blijkt dat er behoefte is aan trainingen over trauma’s. En dat extra hulp van een bijvoorbeeld een speltherapeut gewenst is.

365 schoolleiders, voornamelijk uit het basisonderwijs, werkten mee aan de peiling; 116 daarvan hebben nu vluchtelingen in de klas. De overige 249 directeuren vangen (nog) geen kinderen op, maar hebben dat in het verleden vaak wel gedaan.

Naast de zorg van scholen over traumaverwerking (dat bovenaan de knelpuntenlijst staat), zijn de ondervraagden ook van mening dat er te weinig ‘Nederlands als tweede taal’ - docenten zijn. En er is ook niet genoeg specifiek lesmateriaal om vluchtelingenkinderen mee te onderwijzen. Soms maken leerkrachten daarom zelf boekjes met Syrische en Nederlandse woordjes. En struinen ze het internet en YouTube af op zoek naar lesideeën.

Uit de peiling blijkt ook dat schoolleiders niet goed weten hoe en óf ze met de buurt moeten communiceren over de komst van de kinderen. Leerkrachten hebben bovendien vaak te weinig kennis over het onderwijzen van kinderen met andere culturele achtergronden. Ook zijn praktische problemen; kinderen die op de fiets naar school moeten, maar niet kunnen fietsen. Leerkrachten halen en brengen de leerlingen dan soms zelf; omdat gemeenten een taxi niet vergoeden.