Column

NS ‘onverantwoord’

Dat ik nu echt gerustgesteld ben door Roger van Boxtel, de nieuwe directeur van de NS – nee. Ik begreep van hem in Nieuwsuur dat we nog ‘enkele maanden’ als vee zullen worden vervoerd in de spits, maar na enig doorvragen werd het alweer ‘een opgerekte zomerperiode met problemen’ omdat de nieuwe treinen pas eind 2016 komen. Zullen we er maar, om niet overmoedig te worden, 2017 van maken voordat alles een beetje op de rails staat?

Of ben ik te somber geworden door alle smoezen – van vallende bladeren tot geheimzinnige seinstoringen en zich verslapende machinisten – die de NS steeds weer weet te bedenken om het eigen falen te bemantelen?

Mijn scepsis zal ook wel te maken te hebben met een ervaring met de NS, die ik kort voor het interview met Van Boxtel in Nieuwsuur had. Op een doordeweekse dag stond ik ’s middags om half zes in Hilversum op de Intercity naar Amsterdam te wachten. De trein was op tijd, het vervelende was alleen dat je er nauwelijks in kon komen. Horden mensen wilden naar binnen, slechts voor een deel was er plaats; de trein telde maar drie rijtuigen. „Even dringen”, noemt Van Boxtel dat.

De gangpaden vulden zich volledig met staande reizigers en ik kon niet verder komen dan het kleine balkon vlak achter de cabine van de machinist. Ik wilde me weer naar buiten wurmen, maar dat was door de opdringende mensen achter me niet meer mogelijk. Ik móést mee, of ik nog wilde of niet. En daar stond ik, met 22 andere mensen, in een steeds benauwder wordend hok waarin we nog een halfuurtje moesten blijven – als alles meezat, want je moest er niet aan denken dat in de buurt van Weesp enkele herfstbladeren op de rails zouden waaien.

Wie nooit last van claustrofobie had gehad, kon nu een proefles krijgen.

Ja, Syrische vluchtelingen hebben het heel wat ellendiger, ik weet het, maar die begrijpen in ieder geval waarom ze op de vlucht zijn. Een reiziger van de NS kan niet begrijpen waarom hij met honderden tegelijk in een belachelijk klein treintje moet worden geperst. Het hoofdkwartier van de NS wordt toch niet op z’n Syrisch gebombardeerd?

Toen we eindelijk Amsterdam binnenreden, probeerde de conducteur ons via de mobilofoon te troosten met zijn medeleven. „We zullen de leiding melden dat er een rijtuig bij moet”, zei hij, „omdat het onverantwoord is op deze manier te reizen.”

Eén rijtuig, dacht ik, maak er maar rustig vijf van. En waarom was hij eigenlijk in Hilversum van start gegaan als het zo ‘onverantwoord’ was? Ik wilde het hem na afloop vragen, maar kon hem in het gewoel niet vinden. Toen vroeg ik het maar aan een collega-conducteur van een andere trein die op het perron stond toe te kijken toen de massa passagiers uit de trein kwam gegolfd – inderdaad een spectaculair schouwspel.

„Ja, onverantwoord”, zei ook hij om er meteen aan toe te voegen: „Maar wat moet je dan? Al die honderden mensen teleurstellen en laten staan in Hilversum?” Hij bedoelde het goed, maar het leek me geen waterdicht argument.

De NS is een vreemd bedrijf. Het is alsof daar allerlei afdelingen langs elkaar heen werken. Zo leurt de NS wekelijks met aanbiedingen voor goedkopere reizen. Aan de ene kant doen ze dus alles om ons die trein in te persen, maar tegelijkertijd koppelen ze aan de andere kant de rijtuigen af die ons moeten vervoeren.

Frits Abrahams