Niemand in Wezep heeft gezien hoe diep Jim zat

Vijf suïcides binnen een jaar in een dorp van 13.000 inwoners. Burgemeester Hoogendoorn van Wezep vond dat dit moest stoppen. Een taskforce moet helpen.

De verbondenheid is groot in Wezep, zegt de dominee. Maar het zijn geen praters in het dorp. Foto Eric Brinkhorst

Zo veel doden, zo jong nog, in zo’n korte tijd. Toen burgemeester Adriaan Hoogendoorn voor de vijfde keer in één jaar in Wezep bij een moeder wegreed die een kind had verloren door zelfdoding, vond hij dat „wegkijken niet meer kon. Dit kon zo niet doorgaan.”

Er kwam een ‘taskforce’ met een paar moeders, enkele betrokken inwoners, een dominee en een straathoekwerker. „Een beleidsnota gaat dit niet verbeteren, de samenleving moet er zelf mee aan de slag. Heel Wezep moet worden gemobiliseerd, moet verantwoordelijkheid nemen”, bedacht Hoogendoorn, burgemeester van de gemeente Oldebroek waartoe Wezep behoort.

Vrijdag was er in de kantine van voetbalclub WHC een informatiebijeenkomst voor alle inwoners. Die moet bijdragen aan het voorkomen van suïcide. Hoogendoorn: „Het is belangrijk dat jongeren ervaren dat hun leven zin heeft, dat ze perspectief krijgen. Hoe kunnen we elkaar helpen? Wat is er nodig om er voor elkaar te kunnen zijn?”

Vier jongens en één meisje stapten uit het leven, van 16 tot en met 21 jaar. „De situaties zijn niet vergelijkbaar”, vindt de burgemeester. „Maar er gaat veel nood achter schuil. Gebroken gezinnen, gebroken relaties, drugsgebruik, geen werk, zich niet geaccepteerd voelen, de zin van het leven niet of niet meer zien.”

Niet de juiste hulp

Een van de jongeren is Jim, 18 jaar. Hij kampte met een depressie nadat zijn stiefzus was overleden aan kanker. Jim heeft hulp gehad, maar niet de juiste, zegt zijn moeder Janny Menning achteraf. „Niemand heeft gezien hoe diep hij zat.”

Menning is nu lid van de taskforce. Jims dood mag niet voor niets zijn geweest, zegt ze. Ze is blij dat de burgemeester en anderen het taboe op zelfdoding proberen te doorbreken.

Wezep, nabij Zwolle, aan de rand van de Veluwe, telt ruim 13.000 inwoners. Bijna iedereen kent elkaar in de overwegend christelijke gemeenschap. „De verbondenheid is groot”, vertelt Arjan Oosterwijk, dominee van de Pauluskerk.

Het is een dorp van stratenmakers. Bij het bestraten van de Zuiderzeestraatweg tussen Amersfoort en Zwolle, 64 kilometer langs de voormalige Zuiderzeekust, begin vorige eeuw, zijn de stratenmakers ‘aan het einde’ van de route gebleven. En nog altijd wonen er veel stratenmakers. ’s Morgens rijden busjes het dorp uit, op weg naar werk elders.

Het zijn harde werkers in Wezep. „Het arbeidsethos is hoog”, zegt Hoogendoorn. Werken is belangrijk. Liever werk dan een diploma. ’s Avonds thuis komen er een paar pilsjes op tafel. Drugsgebruik, vooral blowen, onder jongeren is steeds gewoner geworden.

Het dorp kent een „zwijgcultuur”, zeggen leden van de taskforce. De bewoners hangen de vuile was niet buiten. Het zijn niet zulke ‘praters’ – het opleidingsniveau is vaak niet zo hoog. Over gevoelens hebben ze het liever niet. „Mensen zijn hard voor zichzelf”, vertelt straathoekwerker Lambert Jongetjes. Hoogendoorn: „Er is veel ontkenning, schaamte. Je kunt wel doen alsof het er niet is, maar daar wordt de werkelijkheid niet anders van.”

Juist een dorp als Wezep, met veel kleine zelfstandigen en ondernemers, voelt de crisis. Bij de diaconie van de Pauluskerk kloppen steeds meer mensen aan voor hulp. Oosterwijk: „Dat zegt wat. Als mensen hier zo’n stap zetten, dan is er echt wat aan de hand.”

Jan Mokkenstorm, psychiater en directeur en oprichter van het suïcidepreventieplatform 113Online, prijst het initiatief voor een taskforce: „Vijf doden in korte tijd, dat kan toeval zijn. Maar zelfs als het toeval is, is er alle reden iets te doen. Iedere suïcide is er één te veel.”

Meer aandacht voor suïcide hoeft niet te leiden tot kopieergedrag. „Als je je maar houdt aan de ideeën die er zijn over verantwoorde berichtgeving”, reageert hij. Niet romantiseren, bijvoorbeeld, en geen details noemen.

De angst voor copycats is er zeker geweest, zegt Hoogendoorn. Daarom is de taskforce aanvankelijk buiten de publiciteit gehouden. Eerst is gesproken met jongeren zelf. Menning: „Wij hebben ze gezegd: ‘We zijn er voor jullie. Het is geen schande om hulp te vragen’.”

Perspectief creëren

Hoogendoorn: „We hebben niet de illusie dat we hiermee elke zelfdoding kunnen voorkomen. Wel hebben we de hoop dat we met elkaar in staat zijn weer perspectief in het leven van deze jongeren te creëren.”

Menning: „Onze burgemeester heeft het in gesprekken vaak over vitamine A: Aandacht. Dat vind ik mooi. Kinderen hebben aandacht nodig. Vraag ze hoe het op school was, doe ’s avonds de telefoons aan tafel weg en vraag elkaar hoe de dag is geweest, maak dingen bespreekbaar.” Zelf gaat ze voorlichting geven op scholen.

Mokkenstorm: „Stel vragen: ik hoor dat je ergens mee zit, wil je er iets over vertellen? Afpellen, tot de kern komen. Mensen willen niet dood, ze willen verandering in hun situatie.”

Bij het schoolplein van het Agnieten College, een school voor voortgezet onderwijs in Wezep, wacht op deze zonnige herfstdag een groepje jongens op een vriend. Hoe denken zij er over? Wezep is oké, zeggen ze. „Geen problemen hier.” De zelfdodingen hebben indruk gemaakt, zeker. Een van hen kende een van de jongens goed. „Het is nog steeds zwaar”, erkent hij.