Column

Misschien gedijen we beter bij echt contact

Soms schrik je lelijk van jezelf. Ik kijk naar een foto in de krant waarop mannen met vertrokken gezichten om een pop heen staan die ze verbranden en die eruit ziet als een mens. Ze doen dat uit woede om de Deense Mohammed-cartoons.

Er flapt zomaar een gedachte uit, gelukkig ben ik alleen en is het in stilte: „Jullie zijn dom en ik verafschuw jullie.”

Hohoho! roepen de andere gedachten meteen. Wat denk je me daar! Zo gaat dat niet! Ze zijn vast dom, maar met een mengeling van onderwijs, beschaving, respect – de gedachten blubberen nog een poosje braaf verder.

Er zullen, denkt de eerste afdeling kwaad en hardnekkig, altijd mensen blijven bestaan die niet na willen denken, die bereid zijn andere mensen in de fik te steken omdat ze vinden dat die andere mensen ongelijk hebben. Dat zijn rotmensen!

En er zullen altijd mensen zijn die zin hebben om het mes in de gevoelige plek te steken en het daar nog eens een paar keer rond te draaien, brengt de redelijke afdeling daar tegenin. Ook niet leuk, maar zo is het nu eenmaal.

En ergens daartussenin ligt het grote schemergebied van verdraagzaamheid en tolerantie en beschaving en enzovoort.

Maar dat zijn abstracties. Net als die mensen op die foto. Ik ken die mensen niet. Ik ben daar niet op straat, ik weet niet of het een piepklein groepje van de gebruikelijke schreeuwlelijken betreft, waarbij tot zijn eigen verbazing die ene anders zo zachtmoedige jongen zich nu ook bevindt. Bijvoorbeeld. Ik zit een beeld te haten, hier aan de ontbijttafel.

Niet dat die mensen daar op die foto niet bestaan. En hun agressie vind ik naar. Maar ik ken wel meer mensen die dingen denken waar ik het hartgrondig mee oneens ben, zonder dat ik dat hele nare mensen vind. Worden ze me daarentegen op een foto of in een krantenstuk voorgeschoteld, dan kan er zomaar zo’n opwelling komen van haat en afschuw.

Mensen zijn erg beïnvloedbaar. Schotel ze een paar beelden voor en een paar kreten en ze hebben een mening. Misschien gedijen we veel beter bij echt levend contact en kunnen we dan veel meer van elkaar verdragen.

Zou best eens kunnen.

Hoewel. Echt levend contact is ook niet bepaald een garantie voor beschaafde omgang. Elkaar enigszins met rust laten, zorgen dat je niet te dicht op elkaar komt te zitten, is beter. „Afstand houdt de kringen gaaf” schreef de dichter Chr. J. van Geel eens, over regendruppels die in een sloot vallen. Het geldt niet alleen voor regen in sloten.

Ook hebben we behoefte aan meer precisie, details, sensibiliteit. Want alles is altijd eindeloos veel ingewikkelder dan je zo op het oog zou zeggen. Weet ik veel waarom die mannen daar zo staan te schreeuwen bij hun levensgrote pop. Misschien is de ergste schreeuwer wel doodsbang voor zijn baas of zijn buurman die bij de geheime politie is en die al langer vermoedt dat hij wel een tikje erg rekkelijk is. Misschien doen ze het voor de journalisten.

Ja, als je veel leest ga je zulke dingen denken. En dat is ook niet altijd de goede weg, dat weet ik heus wel. Maar tegelijkertijd weet ik wel zeker dat verfijning, meer weten, langer nadenken, niet alleen beschaafder is, maar ook meer waarheid oplevert dan zo’n woeste reactie die zomaar opborrelde.

Wereldproblemen zul je er wel niet mee oplossen, maar ach. Daar heb ik sowieso niet veel ervaring mee.