De vierde man: mikpunt van spot en gezeur – en dat voor een habbekrats

De rol van de vierde official wordt door de buitenwereld bespot en als ondankbaar gezien. Hoort bij het vak, zeggen arbiters. „Je moet een dikke huid hebben.”

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Illustratie Aniek Thijmes

De bruinleren schoenen van Henk Fraser reiken tot ver buiten de strepen van zijn trainersvak. De trainer van ADO Den Haag staat in het veld, gebarend en schreeuwend naar zijn spelers. Vierde official Karel van den Heuvel kijkt afkeurend, maar corrigeert hem niet. „Soms moet je een trainer even laten gaan”, zegt Van den Heuvel. ADO-verdediger Aaron Meijers heeft zojuist na 18 seconden de bal achter zijn eigen doelman gewerkt. 1-0 voor NEC.

ADO Den Haag is het seizoen slecht begonnen en Fraser voelt de druk. Hij begeeft zich zaterdag in Nijmegen vaker buiten het trainersdomein. „Dat is toch geel”, schreeuwt de trainer richting scheidsrechter Kevin Blom, om zijn aandacht meteen op vierde man Van den Heuvel te richten. „Dat ziet toch iedereen?”

ADO-trainer Henk Fraser ging meermaals in discussie met de arbitrage, maar volgens de vierde man „bleef hij netjes in zijn bewoordingen”.

Van den Heuvel kent de situatie bij ADO. Dat speelt een rol langs de lijn en daar houdt de 26-jarige assistent rekening mee. Hij probeert welles-nietesdiscussies te vermijden en laat Fraser bij vlagen zijn benen strekken buiten het trainersvak. „Bij NEC is dat vak ook erg klein, je staat er zo buiten.”

Ondankbare taak? „Ik doe het met veel plezier.”

De vierde man. Hij is er om advies te geven aan de scheidsrechter, maar is soms meer bezig trainers rustig te houden. „Het is vervelend, maar het hoort erbij”, zegt Bas Nijhuis, die gisteren Ajax-PSV floot. Nijhuis volbracht het vierde-manschap met succes in 2006. Hij noemt het een belangrijke taak, die soms door de buitenwereld als ondankbaar wordt gezien. Maar niet door Van den Heuvel: „Ik doe het met veel plezier.”

Een vetpot is het zeker niet. „Ik heb een stagecontract”, verzucht hij. Hij zit in een zogeheten masterclass-poule. „Dan fluit je zo’n vijftien keer in de eerste divisie én in de beloftencompetities. Twintig keer per jaar ben je vierde official in de eredivisie.” Ernaast werkt hij 32 uur per week als accountant.

Stel je voor,je gaat als vierde man naar een parenclub

Dat het niet voor iedereen een dankbare taak is, bleek donderdag. Vierde official Edwin van de Graaf was opgeroepen om te getuigen tegen Vitesse-trainer Peter Bosz. De voorzitter van de tuchtcommissie ondervroeg hem over zijn rol. Op de vraag of hij altijd vierde man is, zei Van de Graaf: „Gelukkig niet.” Zulk gedrag als Bosz vertoonde – hij werd weggestuurd op aanraden van de vierde official, maar weigerde weg te gaan – heeft Van den Heuvel nog niet meegemaakt in zijn vijf jaar als vierde official in de eredivisie.

Behalve trainers die hun onvrede op hem botvieren, is de vierde man in programma’s als Voetbal Inside ook mikpunt van spot. Oud-voetballer René van der Gijp: „Stel je voor, de vierde man gaat met zijn vrouw naar een parenclub. Dan zit je aan de bar en dan vraagt iemand: ‘Wat doe jij?’ Dan zegt ie: ja ik ben de vierde man.” Met een lachsalvo als gevolg.

Ook Van den Heuvel kan er om lachen. „De vierde man is een makkelijk doelwit. Je moet een dikke huid hebben. Je bent afhankelijk van je collega’s. Als de scheidsrechter een fout maakt, ben ik aan de beurt.”

Ambitie

Hoewel ADO weer op gelijke hoogte is gekomen met NEC, gaat Fraser nog meermaals in discussie met Van den Heuvel. „Maar hij bleef netjes in zijn bewoordingen”, zegt de vierde official. Het is vaak de manier waarop die Van den Heuvel stoort. „Bij Fraser heb ik vandaag geen rare dingen gezien.”

Ernest Faber, trainer van NEC, is bekend met het kleine trainersvak van de Goffert. Hij blijft er ruimschoots binnen. De situatie is anders bij zijn ploeg. De gepromoveerde club draait goed mee in de subtop en het stadion zit tegen ADO nagenoeg vol. Bij de 2-1 waagt Faber zich een keer buiten zijn vak. Reden? De wonderschone 2-1 van Christian Santos – een prachtige omhaal.

Zelfs wanneer NEC een penalty wordt ontzegd, een handsbal in het strafschopgebied, blijft Faber netjes op de hoek van zijn trainersvak staan en kijkt hij Van den Heuvel aan. „Ik zag dat hij oogcontact zocht en ging even naar hem toe.” Dat had de NEC-trainer wel verdiend, zegt Van den Heuvel. „Hij gedroeg zich voortreffelijk. Ik heb hem uitgelegd dat we de handsbal niet geconstateerd hadden en hij ging weer zitten.”

NEC bouwt de 2-1 voorsprong uit naar 4-1, zonder dat de arbitrage zich al te veel met de wedstrijd hoeft te bemoeien. Van den Heuvel: „Een leuke wedstrijd. En zo’n doelpunt van Santos, ik zal het niet te hard zeggen, maar daar geniet ik van.” Genieten in zijn rol van vierde man? „Ja, dat doe ik wel. Ik heb natuurlijk de ambitie om scheidsrechter te worden. Dan hoort dit er gewoon bij.”