Kameropera uit Theresien-stadt in sobere regie

Met minimale middelen een onbekende opera programmeren van een bijna vergeten componist, en daar toch een zaal mee vullen. Dat getuigt van vertrouwen, zoals de IJ-salon dat heeft opgebouwd bij een vaste achterban. De kamermuziekserie in Muziekgebouw aan ’t IJ van altviolist Michael Gieler leunt op twee pijlers: uitstekende musici, veelal uit het Concertgebouworkest, en een informele sfeer.

Deze zaterdag stond Der Kaiser von Atlantis centraal. Viktor Ullmann, die Auschwitz niet zou overleven, componeerde de mini-opera in Theresienstadt in 1943-44. De uitvoering van Der Kaiser werd door de nazi’s afgelast, wellicht mede door het libretto waarin de Dood weigert zich nog langer voor het karretje van de bloeddorstige Keizer te spannen. De wereldpremière vond plaats in 1975 bij de Nederlandse Opera.

Hoewel Ullmann kennelijk een versie voor orkest in gedachten had, werkte de kamermuziekversie die het 14-koppige Camerata RCO onder Pedro Halffter presenteerde, uitstekend. Dicht bij de wereld van Weills Dreigroschenoper kwam Der Kaiser zo, met cabareteske rollen voor saxofoon, banjo en trompet.

De sobere aankleding en bescheiden regie van Carel Alphenaar gaven de muziek alle ruimte. Halffter voegde een eigen Adagio in memoriam Anne Frank toe: melancholische muziek vol milde dissonanten en verzadigde harmonieën.