IS blaast gezichtsbepalende triomfboog in Palmyra op

Terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) heeft in de historische stad Palmyra weer een stuk cultuurgoed opgeblazen. Dit keer gaat het om een triomfboog, een van de meest herkenbare artefacten in de tweeduizend jaar oude stad.

Archieffoto van de triomfboog die IS zou hebben opgeblazen. Foto AFP

Terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) heeft in de historische Syrische stad Palmyra weer een stuk cultuurgoed opgeblazen. Dit keer gaat het om een triomfboog, een van de meest herkenbare artefacten in de tweeduizend jaar oude stad.

De verwoesting van het monument is door het hoofd van de Syrische oudheidkundige dienst, Maamoun Abdulkarim, bevestigd aan persbureau Reuters. De boog stond aan het begin van een straat vol met zuilen. Deze pilaren zouden overigens nog intact zijn gelaten, meldt het Syrisch Observatorium voor Mensenrechten.

Palmyra wordt beschouwd als een van de belangrijkste archeologische plaatsen in het Midden-Oosten en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In de stad bevinden zich verschillende archeologische monumenten uit de Romeinse periode zoals tempels, zuilenrijen, badhuizen, theaters en graven. De uitgestrekte ruïnes waren voor de burgeroorlog in Syrië in 2011 uitbrak nog de belangrijkste toeristische trekpleister van het land.

Maar sinds IS de stad dit voorjaar heeft ingenomen is de terreurgroep in snel tempo bezig de eeuwenoude bouwwerken te verwoesten. IS beschouwt het erfgoed als heiligschennis. Al zijn er ook geruchten dat de groep grof geld verdient aan de archeologische schatten. De afgelopen maanden zijn al de Baal Shamin-tempel opgeblazen, de tempel van Bel en drie graftorens. Ook werd het hoofd antiquiteiten van de stad ter plekke onthoofd.

Het huidige hoofd van de oudheidkundige dienst, Maamoun Abdulkarim, heeft tegen Reuters gezegd dat hij alleen nog maar meer slechte berichten verwacht in deze context:

“Het is nu moedwillige vernietiging. Hun wraakacties worden niet langer gedreven door hun ideologie. Ze blazen nu ook gebouwen op die geen religieuze betekenis hebben.”