Column

Het gevoel is al drie jaar het enige dat telt

Veiligheid, superfoods – we zijn alleen geïnteresseerd in het gevoel dat we daarbij hebben. We leven nu eenmaal in een gevoelssamenleving, constateert Floor Rusman.

Mijn eerste column voor nrc.next ging over de irrationele manier waarop politici debatteerden over het begrip ‘eerlijkheid’. Het was bijvoorbeeld oneerlijk dat de slager de opleiding van de advocaat betaalde, dat jan modaal concertliefhebbers sponsorde en dat zonnepanelen gesubsidieerd werden en rollators niet. Dat de argumentatie achter deze stellingen niet deugde maakte niet uit, want het gaat de kiezers niet om argumenten; het gaat ze om emoties.

Nu ik ruim drie jaar later mijn laatste column schrijf, bedenk ik dat er niets is veranderd. Nog steeds legt de ratio het in het publieke debat vaak af tegen het sentiment. Kijk maar hoe mensen reageren op de komst van asielzoekers (‘ze komen ons verkrachten!’) en op de aankoop van een Rembrandt (‘80 miljoen voor een schilderij en onze ouderen zitten nog steeds in hun ontlasting!’).

We zijn hoger opgeleid dan ooit, we kunnen meer dan ooit, maar toch leven we in een gevoelssamenleving. Mensen negeren de feiten, geloven alleen wat ze uitkomt, vergelijken appels met peren. In alle domeinen vinden we dit terug, om te beginnen in onze levensstijl. Het kan mensen niet schelen of is bewezen dat superfoods en glutenvrij eten ergens goed voor zijn; zolang ze maar het gevoel hebben dat het werkt. Het maakt ze ook niet of de wereld er écht beter van wordt als ze lokaal geteelde groenten eten; het voelt gewoon zo lekker puur.

Dat mensen hun levensstijl baseren op gevoel moeten ze natuurlijk zelf weten. Kwalijker is dat het gevoel ook regeert in de politiek en de media. Denk aan Ivo Opstelten, die de term ‘veiligheidsgevoel’ introduceerde: niet de feiten over toe- of afgenomen veiligheid zijn van belang, maar de mate waarin mensen zich veilig voelen. Denk ook aan hoeveel aandacht media hebben voor de terroristenangst die ons zou beheersen.

Ik beweer hier niet dat gevoelens onbelangrijk zijn of dat ze in mijn leven geen rol spelen. Ook ik heb, zoals iedereen, irrationele gedachten: ik vind vliegen eng en ik ben, zoals ik laatst al in een column schreef, buitensporig bang voor aanslagen in het openbaar vervoer. Maar het zit me dwars wanneer mijn gevoelens de ratio buitenspel zetten. En ik vind het al helemaal irritant wanneer gezaghebbende instituten zoals politiek en media op die gevoelens van mij inspelen.

Een onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau die ik deze week sprak zei dat hij in zijn volgende onderzoek wil doorvragen als mensen zeuren over de politiek. Op die manier zou hij kunnen laten zien dat hun opvattingen soms haaks staan op elkaar of op de feiten. Dit kritisch bevragen lijkt me een goed idee, en ik denk dat we het allemaal zouden moeten doen. Gevoelens kunnen nog zo oprecht zijn, ze mogen geen excuus vormen om niet meer te denken.