Gemeenten luiden de noodklok over bijstand

Vooral grote steden zijn boos over de verdeling van de miljarden voor de bijstand. „Het is een tombola.”

Staatssecretaris Jette Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) Foto Martijn Beekman / ANP

Voor het tweede opeenvolgende jaar leidt een nieuw rekenmodel voor de verdeling van bijstandsuitkeringen tot frustratie onder gemeenten. Met name grote gemeenten krijgen minder geld, terwijl ze veelal meer bijstandsgerechtigden krijgen. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht willen dat de Tweede Kamer de voorgestelde verdeling tegenhoudt.

Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) wijst erop dat 63 procent van de gemeenten er bij de verdeling van de 5,6 miljard euro voor bijstandsuitkeringen in 2016 op vooruitgaat. „In een nieuw verdeelmodel zijn er nu eenmaal altijd plussen en minnen”, zegt zij.

Volgend jaar krijgt Amsterdam 25 miljoen euro minder, Utrecht 5 miljoen en Groningen 16 miljoen. Ook sommige kleine gemeenten gaan er op achteruit. Zo verliest Woudenberg 18 procent van het budget. Daarentegen krijgen middelgrote steden als Arnhem, Tilburg, en Venlo elk ruim 4 miljoen meer.

René Paas, voorzitter van de vereniging van directeuren van sociale diensten Divosa zegt dat het nieuwe rekenmodel „wel een zwarte doos lijkt: aan de voorkant wordt er wat in gestopt, maar wat er aan de achterkant uitkomt, is onduidelijk.”

„Het model werkt gewoon niet”, zegt ook wethouder Victor Everhardt (werk en inkomen) in Utrecht. Deze gemeente kreeg dit jaar ook al 20 miljoen minder. „Het is een tombola. Terug naar de tekentafel is de enige oplossing.”

Het nieuwe rekenmodel voorspelt de bijstandskansen van huishoudens. Het door het Sociaal en Cultureel Planbureau ontwikkelde model bepaalt de helft van het budget, de andere helft wordt vastgesteld op basis van uitgaven in voorgaande jaren. Vorig jaar leidde het model al tot uitschieters. Reden voor Den Haag, Utrecht en andere gemeenten om rechtszaken tegen de staat aan te spannen wegens onrechtmatig handelen. Zo waren dak- en thuislozen niet in de berekening opgenomen. Het model is aangepast, maar het resultaat stelt veel gemeenten teleur.

Arjan Vliegenthart, wethouder werk, inkomen en participatie in Amsterdam, snapt er niets van. Amsterdam kwam vorig jaar 23 miljoen euro tekort. „De grote gemeenten krijgen de klappen, terwijl de problemen daar het grootst zijn.” Ook voor Groningen, dat vorig jaar nog een meevaller van 12 miljoen had, is de uitkomst van het nieuwe rekenmodel „onverteerbaar”, zegt wethouder Ton Schroor (financiën). „We balen als een stekker.”

Wethouder voor sociale zaken Rabin Baldewsingh in Den Haag, de gemeente die zowel dit jaar als vorig jaar ruim 36 miljoen euro minder krijgt: „Dit deugt niet. Het aantal bijstandsgerechtigden wordt niet minder. Waarom snapt de staatssecretaris dit niet?” Het nieuwe model wordt juist ingevoerd omdat de oude methode leidde tot onvoorspelbare fluctuaties. De bedoeling is dat gemeenten die meer mensen aan werk helpen, het overschot op hun budget mogen houden en dat gemeenten die het slechter doen het tekort deels zelf moeten ophoesten. Maar de bedoelde prikkel om te presteren bleef in dat rekenmodel achterwege.

Klijnsma zegt dat de deur openstaat voor overleg, maar zij past de verdeling voor 2016 niet aan. „Dat zou niet netjes zijn tegenover andere gemeenten.” Wel is het eigen risico voor gemeenten verlaagd naar 5 procent. En ze stelt extra geld (dit jaar 83 miljoen, volgend jaar 23 miljoen) beschikbaar om nog te herverdelen.