Faalraden en flopcolleges

Elf van de twintig huidige ministers en staatssecretarissen hebben ervaring opgedaan als raadslid en/of wethouder, dus aangenomen mag worden dat affiniteit met het lokaal bestuur in het kabinet-Rutte niet ontbreekt. Dat is maar goed ook, want tot de grotere operaties van deze coalitie van VVD en PvdA behoort de decentralisatie van rijks- en provinciale taken naar de gemeenten. De effecten die dat met name in de zorgsector heeft, zijn dagelijks voelbaar.

De grote en nog lang niet volmondig met ‘ja’ te beantwoorden vraag is of gemeenten de bestuurlijke en ambtelijke capaciteit hebben om al dat beleid naar behoren uit te voeren, en of ze er wel voldoende financiële middelen voor hebben.

Des te zorgelijker is het als sommige gemeenten er een bestuurlijke janboel van maken, als gevolg van slechte onderlinge verstandhoudingen zoals onder meer in Den Helder. Een gênant voorbeeld is ook Bloemendaal, de Noord-Hollandse gemeente waar de bevolking voor een groot deel hoogopgeleid is. De interim-burgemeester stapte onlangs op wegens de „destructieve politieke sfeer”, gevolgd door een D66-wethouder die zei: „Bloemendaal valt niet te besturen.” Resteert een college van B en W met een bijzondere samenstelling: VVD en GroenLinks. Samen een minderheid, goed voor acht van de negentien raadszetels.

De commissaris van de koning in Noord-Holland, de VVD’er Johan Remkes (onder meer oud-raadslid van Groningen), sloeg vorige week alarm op een bijeenkomst van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. In aanwezigheid van de minister van Binnenlandse Zaken, de PvdA’er Ronald Plasterk (onder meer oud-raadslid van Leiden), pleitte hij voor meer wettelijke bevoegdheden om te kunnen ingrijpen. De Grondwet geeft die mogelijkheid wanneer een gemeentebestuur zijn taken „grovelijk verwaarloost”. Aanwijzing van een rijkscommissaris is al een, hoogst zelden toegepaste, mogelijke maatregel. Maar de commissaris wil gemeenten ook kunnen dwingen tot samenvoeging en de mogelijkheid krijgen om tussentijds nieuwe raadsverkiezingen uit te schrijven.

Het eerste is een bevoegdheid van de wetgever en of het tweede het paardenmiddel is dat verziekte bestuurlijke verhoudingen oplost, staat te bezien. Maar het pleidooi van Remkes verdient aandacht al was het maar omdat Rijk en provincies beide, verschillende, toezichthoudende taken op de gemeenten horen uit te oefenen. Van de in het regeerakkoord voorgespiegelde schaalvergroting van gemeenten is weinig terechtgekomen. Maar Plasterk moet niet aarzelen in het uiterste geval in te grijpen, of ingrijpen mogelijk te maken, als gemeenten zoals Bloemendaal er een potje van maken.