Column

De ‘stakingsleider’ vliegt eruit bij PostNL

Alsof de vakbonden nooit bestaan hebben. Alsof er geen jaren van sociale strijd voorafgingen aan onze welvaartsstaat. Gisteren kwam in Amersfoort de pas opgerichte vakbond voor postpakketbezorgers bijeen. Een rokerige zaal in een oud klooster. Een katheder en daar omheen zestig jonge en oude mannen, Nederlanders, Turken en Marokkanen. Een enkele vrouw. Iedereen had in zijn zak een pak Riverside-shag of, de vrouw, een stoffen kokertje sigaretten. Holle ogen en tanige huid.

Reden: opdrachtgever PostNL buit kleine zelfstandigen (subcontracters) uit. Uit de meegebrachte administratie van de aanwezigen blijkt: ze maken een gemiddelde werkdag van twaalf uur en hebben alleen op zondag vrij. Per dag bezoeken ze gemiddeld 160 adressen. Dat betekent dat werken voor PostNL hun enige baan is. De Belastingdienst ziet dat verkapte dienstverband door de vingers. Uit de meegebrachte belastingaangiften blijkt: de meeste aanwezigen hebben één opdrachtgever, PostNL, en worden desondanks als zelfstandigen aangemerkt.

Mario van Bijnen uit Oirschot laat in zijn kasboek zien hoe het aantal te bezorgen pakketten vanaf 2007 toenam: van 80 naar 180 per dag dit jaar. De stopprijs, de prijs per afgeleverd pakket, daalde daarentegen: van 1,55 euro in maart 2013 naar 1,33 euro in november van dat jaar. Vorig jaar steeg de prijs weer naar 1,56 euro – „na lang zeuren”. In een video legt PostNL uit dat ze tot 2017 de kosten verder moeten drukken.

Van Bijnen houdt maandelijks 1.300 euro over. Een Turkse bezorger zegt in de vergadering dat hij 1,26 euro per pakket ontvangt en een Nederlander met een bril 1,36 euro. De stukprijzen zijn tot achter de komma doorberekend, maar voor iedereen verschillend.

Van Bijnen is 51 en werkt tien jaar voor PostNL in Son. In de beginjaren dronk hij ’s morgens bij het afhalen van de post een kop koffie in het depot, de laatste jaren parkeerde hij zijn bestelbus onder een rolluik en vielen de pakketten automatisch in de laadruimte.

In vestiging Son ontvangen de bezorgers voor elke fout strafpunten. „Bij 10 punten in een jaar vlieg je eruit.” Geen bedrijfskleding: 1 strafpunt. Een vervalste ontvangstparaaf: 5 strafpunten. Toen er vorig jaar een pak sneeuw lag en de bezorgers later wilden uitrijden, zei de depotmanager: „Dan hoef je niet meer terug te komen.” „Ze geven je elke dag een minderwaardigheidsgevoel”, zegt Van Bijnen tijdens de vakbondsvergadering. Hij krijgt applaus.

Afgelopen zomer brak een wilde staking uit op de zeventien vestigingen van PostNL. In Son parkeerden dertien van de ongeveer honderd pakketbezorgers hun bus naast het terrein. Onder hen Mario van Bijnen. „Als ik niet opsta”, zegt hij, „doet niemand het.” Op 9 september moest hij bij de depotmanager komen. Die noemde hem „stakingsleider”. „Toegangspas inleveren”, zei hij. „Je kunt gaan.” Binnen twee maanden daagt Van Bijnen met achttien collega’s zijn werkgever voor de rechter.

Afgelopen vrijdag heeft het kabinet toegegeven het probleem van de 800.000 zzp’ers niet op te kunnen lossen. De VVD – politiek cartoonist Opland tekende de liberalen dan steevast met een hoge zijden hoed en een sigaar – ziet zzp’ers als zelfbewuste zelfstandigen die je niet lastig moet vallen met collectieve regels.

Ik rijd de oprijlaan van het klooster af, de Pieter Jelles Troelstralaan in. Alsof hij nooit bestaan heeft.