De nieuwe Dikke

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

De nieuwe Dikke Van Dale is vandaag verschenen – het zal u niet zijn ontgaan. Het kán u bijna niet zijn ontgaan, want de pers besteedt altijd veel aandacht aan het verschijnen van een nieuwe editie van dit woordenboek. Waarom?

Omdat de Dikke Van Dale als gezaghebbend wordt beschouwd. Een taal heeft een scheidsrechter nodig. Ergens moet je kunnen nazien of een woord bestaat, wat het betekent, hoe je het spelt en – in bepaalde gevallen – wat de gevoelswaarde ervan is.

Voor het Nederlands is de Dikke Van Dale die scheidsrechter. Je kunt erover twisten of die positie altijd even terecht is, maar dat neemt niet weg dat Van Dale deze functie sinds jaar en dag vervult. En dus is het een belangrijke gebeurtenis als er een nieuwe Dikke Van Dale verschijnt, want daarin worden – als het goed is – de nieuwste aanwinsten van de Nederlandse woordenschat beschreven.

Sinds de vorige editie zijn er 18.000 woorden toegevoegd. In de ogen van velen hebben die woorden daarmee burgerrecht verkregen. Ze bestaan nu écht, het zijn geen eendagsvliegen gebleken, want ze staan in de Dikke Van Dale.

Ik heb die redenering nooit goed begrepen. Woorden als app, ISIS, twitter en selfie stonden niet in de vorige editie van de Dikke Van Dale, die in 2005 verscheen.

Kun je op basis daarvan beweren dat ze tot vandaag „officieel” niet bestonden? Hoezo zou een eendagsvlieg geen woord zijn? En als woorden „officieel” niet bestaan, zou je ze dan niet mogen gebruiken in bijvoorbeeld overheidsstukken?

Voor de goede orde: van de Dikke Van Dale bestaat ook een onlineversie. Die wordt voortdurend bijgewerkt en bovengenoemde woorden zijn daar wel degelijk te vinden, maar de ervaring leert dat mensen die Van Dale als scheidsrechter beschouwen, meestal uitgaan van de papieren editie.

Overigens halen niet alle nieuwe woorden in de Dikke-online ook de papieren editie. De redactie bekijkt welke neologismen gedurende een langere tijd algemeen worden gebruikt. Zelf presenteren ze zich eerder als „schatbewaarders van de Nederlandse taal” dan als scheidsrechter – dat is wat de buitenwacht ervan maakt.

Is de Dikke Van Dale nog even gezaghebbend als tien jaar geleden? Dat is onder meer na te gaan door te onderzoeken hoe vaak Van Dale wordt aangehaald in uitspraken van de rechter.

In 2005, toen de 14de editie verscheen, was dat 37 keer, in 2006 56 keer, in 2007 en 2010 89 keer en de afgelopen jaren gemiddeld 70 keer. Dus ja, Van Dale wordt door rechters geregeld aangehaald en de frequentie lijkt te stijgen.

In wat voor zaken speelt dit woordenboek een rol? Een voorbeeld: iemand is een kwakzalver genoemd en de rechter zegt: „Voor de uitleg van de term kwakzalver dient Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal als uitgangspunt.” Of, in een bestuursrechtelijke kwestie: „In de Van Dale (woordenboek van de Nederlandse taal) wordt verhandelen gedefinieerd als ‘tot voorwerp van handel maken’.”

In 2005 bedroeg de eerste oplage van de nieuwe editie van de Dikke Van Dale 60.000 exemplaren, nu zijn dit er 25.000. De uitgeverij ziet ook wel dat steeds meer mensen woordenboekachtige informatie opzoeken in gratis naslagwerken als Wikipedia. Dat geldt ook voor rechters. Werd Wikipedia in 2005 slechts eenmaal in een vonnis aangehaald, in 2014 werd er al 21 keer naar verwezen.