De huisarts heeft gewonnen

Na maanden van protest is er eindelijk een akkoord tussen huisartsen en zorgverzekeraars. Wat merkt de patiënt ervan?

Het roer moet om, actiegroep van huisartsen, bood de Tweede Kamer in juni het Manifest van de Bezorgde Huisarts’ aan. Foto Martijn Beekman/ANP

Achtduizend huisartsen kwamen in opstand tegen de verzekeraars, die zich volgens hen te veel bemoeien met de zorgverlening aan patiënten. Na een lange strijd sluiten artsen en verzekeraars vandaag een akkoord.

1 Waarom protesteerden ze?

Gek worden huisartsen ervan; de oneindige reeks formulieren die ze moeten invullen om te verantwoorden welke medicatie ze kiezen voor hun patiënt. Staat één kruisje verkeerd, dan kan de zorgverzekeraar betaling weigeren en krijgt de patiënt de rekening. Voor chronisch zieken moet de huisarts bovendien steeds opnieuw medicatie of hulpmiddelen aanvragen als incontinentiemateriaal.

Dat is niet het enige. Soms gaat de zorgverzekeraar volgens de huisartsen op hun stoel zitten. Zo heeft een aantal zorgverzekeraars in hun contracten opgenomen dat huisartsen een beloning krijgen als ze specifieke antidepressiva voorschrijven of met bepaalde laboratoria werken. Op die manier bedenken zorgverzekeraars veel vaker ‘kwaliteitsindicatoren’ op basis waarvan ze huisartsen meer of minder geld geven. Perverse prikkels, vinden huisartsen, die zich niet meer vrij voelen puur te kiezen voor het belang van de patiënt.

2 Wat heeft de zorgverzekeraar eigenlijk te maken met de huisarts?

Sinds 2006, toen de zorgverzekeringswet van kracht werd, zijn zorgverzekeraars ‘poortwachters van de zorg’ geworden. De minister gaf de zorgverzekeraars de taak de zorg goedkoper en beter te maken. In de huisartsenzorg sluiten de verzekeraars daarom ieder jaar contracten met huisartsen.

3 Hoe zag de opstand eruit?

Vier grote zorgverzekeraars hebben 90 procent van de markt in handen, en zij worden gesteund door minister Schippers (VVD, Zorg). De opstand begon klein; met een WhatsApp-groep van een paar huisartsen in Haarlem en Amsterdam. Ze schreven een manifest en plakten dat in maart 2015 op de deuren van het ministerie van Volksgezondheid. Tot hun eigen verbazing werd het stuk online getekend door zo’n 8.000 beroepsgenoten. Gesterkt door deze steun durfden de huisartsen minister Schippers uit te dagen. Ze hadden een wapen: Schippers wil een deel van de zorgkosten terugdringen door huisartsen dure ziekenhuiszorg te laten overnemen. De huisartsen dreigden dat te dwarsbomen als Schippers niet zou meehelpen de sector te hervormen. Al ingeboekte bezuinigingen kon Schippers dan vergeten.

Gesprekken tussen huisartsen, zorgverzekeraars en het ministerie kwamen op gang. Afgelopen zomer werd verschillende keren achter gesloten deuren onderhandeld; vandaag wordt in een huisartsenpraktijk in Driebergen het akkoord gepresenteerd.

4 Wat hebben de huisartsen bereikt?

Minder bureaucreatie en herwonnen vertrouwen. Zorgverzekeraars stoppen met het zelf bedenken van kwaliteitseisen, als niet duidelijk is of deze de zorg verbeteren. Huisartsen, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars gaan samenwerken om te bepalen wat goede zorg voor de patiënt is. Daarbij zal de mening van de huisarts leidend zijn. Peter de Groof, lid van het actiecomité van huisartsen: „Het dictaat van het geld is omgebogen naar dialoog over goede zorg en wat daarvoor nodig is.”

Huisartsen en verzekeraars wijzen er op dat er over contracteren een „gelijkwaardig” gesprek zal ontstaan. Dat een zorgverzekeraar huisartsen beloont voor het voorschrijven van bepaalde medicatie is voorbij.

Een ander probleem was dat huisartsen van mededingingsautoriteit ACM niet gezamenlijk contracten mochten sluiten met zorgverzekeraars, omdat ze dan concurrentiewetten zouden overtreden. De ACM heeft beloofd soepeler op te treden. Zolang het patiëntenbelang voorop staat (en niet: winst maken) mogen huisartsen samenwerken.

5 Wat is níét gelukt?

Zorgverzekeraars kunnen in theorie blijven proberen op de stoel van de huisarts plaats te nemen. Beloningen voor gebruik van een goedkoper onderzoekslaboratorium of voor het voorschrijven van goedkopere medicatie; de verzekeraars kunnen het blijven opnemen in hun contracten. „Zo verschillen de posities van huisarts en verzekeraar nu eenmaal”, zegt Peter de Groof.

6 Merkt de patiënt er iets van?

Niet direct. Wel denken de huisartsen meer tijd voor de patiënt te hebben nu ze veel minder formulieren hoeven in te vullen.