Brazilianen gaan van armoede naar welvaart en weer terug

Miljoenen Brazilianen kregen de laatste jaren een beter leven, maar dreigen door de aanhoudende crisis weer te verarmen. „Zwervers en straatkinderen komen terug.”

Maria Salomé, inwoner van een sloppenwijk van Rio de Janeiro, moest opnieuw een tweede baan nemen om rond te komen. Foto Jean Ribeiro

Maria Salomé (50) weet nog precies wanneer ze haar eerste Brastemp-ijskast, een van de betere Braziliaanse merken, kocht. In november 2010, vlak na de verkiezing van Dilma Rousseff tot president. Het ging Brazilië en ook Maria Salomé toen voor de wind. „Ik kreeg mijn eerste creditcard van de bank en kon de ijskast in negen termijnen aflossen, zonder rente”, vertelt Salomé, die als verpleegkundige werkt in een verzorgingstehuis voor gehandicapte bejaarden.

En dat was niet het enige. Het krakkemikkige huisje waar ze na haar scheiding was gaan wonen met haar twee volwassen kinderen kon ze dankzij een lening eindelijk goed onder handen nemen. Het terras werd betegeld, alle kamers werden opnieuw geverfd en haar kinderen kregen ieder een eigen slaapkamer met televisie en videogames. „Ik kon niet geloven dat ik het allemaal kon betalen. Voor iemand die in een sloppenwijk woont heb ik het best goed, zei ik tegen mezelf.”

De Braziliaanse economie groeide lange tijd hard, sinds 2004 met ruim 4 procent per jaar. In 2010 was de groei zelfs 7,5 procent. Optimisme overheerste, Brazilië was booming. In 2008 werden voor de kust van Rio de Janeiro grote oliereserves gevonden, er waren twee internationale sportevenementen binnengehaald (het WK voetbal in 2014 en de Olympische Spelen 2016) en er werd op grote schaal geïnvesteerd in het veiliger maken van de beruchte sloppenwijken, de favela’s. Zou de beloofde ‘Braziliaanse droom’ eindelijk waarheid worden, vroegen de inwoners en investeerders zich af.

Zwaarbeveiligde flats

Samen met veertig miljoen andere Brazilianen lukte het Maria Salomé uit de ergste armoede te klimmen. In korte tijd zag ze buren en andere gezinnen uit de favela vertrekken. Ze gingen richting het verder gelegen Itanhanga, een nieuwe wijk voor de opkomende middenklasse van Rio de Janeiro. Zwaarbeveiligde flats verrezen daar aan de westkust van de stad.

Salomé besloot in de sloppenwijk te blijven. Want ook de favela’s liftten mee op de groei van de economie. Stroom en watervoorziening werden verbeterd, er kwamen meer winkels, er kwam een medische post. Maria investeerde in haar bouwval en maakte er een droomhuisje van. Op zondagen at ze in restaurants en haar kinderen droegen beugels en namen een tatoeage.

Maar de nieuwe welvaart bleek van korte duur. President Rousseff werd vorig jaar (met een krappe meerderheid) herkozen. Toen waren al twee jaar duidelijke signalen te zien dat de Braziliaanse economie in gevaar was. Het enorme begrotingstekort als gevolg van volledig uit de hand gelopen overheidsuitgaven en een geldverslindend bureaucratisch systeem, liep verder op. Daarnaast drukten de dalende grondstofprijzen op de Braziliaanse economie. Met name vanuit China werd minder betaald voor ijzer en soja. Ook het omvangrijkste corruptieschandaal uit de Braziliaanse geschiedenis, waar oliemagnaat Petrobras, tientallen politici en mensen uit de bouwsector bij betrokken waren, trok het land verder het dal in.

Dit resulteerde in een inflatie van ruim 9 procent, een daling van de waarde van de Braziliaanse munt, de real, van meer dan 40 procent ten opzichte van de dollar en de hoogste werkloosheid sinds tijden: in een jaar steeg het aantal werkzoekenden in de zes grootste steden van Brazilië met ruim de helft. In Rio de Janeiro zelfs met 70 procent. Daar zijn inmiddels meer dan 120 duizend werklozen.

Onlangs waardeerde kredietbeoordelaar Standard and Poor’s Brazilië af tot de laagste status, de junkstatus, en voorspelde dat de staatschuld verder zal oplopen tot 59 procent van het bbp in 2016.

Net als miljoenen landgenoten voelt Maria Salomé de economische crisis dagelijks in haar leven. „Vandaag kocht ik een kilo uien en betaalde 15 real (4 euro). Gisteren was ik nog 11,98 real kwijt. Iedere dag veranderen de prijzen”, moppert Maria Salomé. „Je moet eerst uitzoeken bij welke winkel welke producten goedkoop zijn. Dan pas kun je boodschappen doen.”

Strijken en koken voor rijken

Ook de kosten van gas en elektriciteit zijn met 25 procent toegenomen. Gevolg is dat Maria niet meer uitkomt met haar maandloon van 1.250 real (270 euro) dat ze in het verzorgingstehuis verdient. Ze moest een extra baan nemen, zoals ook steeds andere Brazilianen doen. „In het weekend strijk en kook ik voor rijke mensen. Daar verdien ik extra mee en die dagen eet ik bij dat gezin, dus dat scheelt weer een maaltijd en gas. En ik draai soms na de dagdiensten ook nog eens nachtdiensten in het tehuis. Ik werk dan 24 uur achter elkaar. Dat is zwaar, maar ik moet het doen. Net als je denkt dat het beter gaat, val je weer terug. Zo gaat dat in Brazilië.”

Veel Brazilianen zijn bang dat de inflatie uiteindelijk een hyperinflatie zal worden, zoals in de jaren tachtig het geval was. In de supermarkten werd toen nauwelijks nog iets geprijsd omdat de prijs wel drie tot vier keer op een dag werd aangepast. „Ik merk dat de sfeer van toen weer terug komt”, zegt Maria Salomé. „Op straat zie je weer zwervers en straatkinderen. Ook mijn wijk verslechtert. Ik krijg dagelijks mensen aan de deur die geld vragen.” Het duurt ook niet lang meer, denkt ze, voordat haar oude buren uit pure geldnood vanuit hun middenklasseflats terugkeren naar de sloppenwijk. Gelukkig heeft ze haar ijskast en tv’s nog. Die had ze voordat de crisis uitbrak al afgelost.