Boem

Manon Flier stond in 2008 in volleybalkleding op het strand van Hoek van Holland. We maakten voor tv een filmpje over haar sprongservice. Er lag een triest veldje aan de kustlijn. De palen waren aangetast door de zilte lucht en in het net zaten flinke gaten.

Het maakte haar niet uit. Terwijl de zon in de zee zakte, fluisterde Flier de handelingen bij haar opslag: “Opgooien, kijken, springen, slaan.” Dat klonk eenvoudig. Maar als je er zo met je neus bovenop stond, zag je hoe ingenieus al haar bewegingen in elkaar overvloeiden. Volleybal is verraderlijk; het is een technische en loodzware sport.

De afgelopen weken was Nederland gastland voor het Europees kampioenschap volleybal. De zalen stroomden vol met fans. Gisteren zaten er 10.000 mensen in Ahoy om te zien of de Nederlandse vrouwen het zouden redden tegen de heersende Russinnen.

Manon Flier was alweer 31 jaar en heette inmiddels Manon Nummerdor-Flier. Ze stond niet in de basis van het team en wachtte aan de kant op haar wissel.

De Russinnen hadden al negentien Europese titels behaald maar waren nog even hongerig naar een volgende prijs. Het leek of hun benen, romp, armen, vingers en zelfs nagels langer waren dan die van het Nederlands team. En onder hun schoenen zaten extra verende zolen.

Er was geen kruid tegen gewassen. In hoog tempo namen de Russinnen afstand van Nederland met aanvallend en effectief spel.

Manon Flier kreeg haar speelminuten. Ik zag haar weer voor me, zwevend door de lucht op het strand. Een ram tegen de bal, haar paardenstaart er als een klappende zweep achteraan.

In de kwartfinale tegen Polen maakte ze vorige week in Apeldoorn nog het winnende punt met haar sprongservice. Opgooien, kijken, springen, slaan. Zou Flier die woorden nog steeds in haar hoofd hebben?

In de finale tegen de Russinnen viel ze bij een verdedigende actie met haar benen in halve spagaat achterover. Murw gebeukt. De reuzinnen Obmotsjajeva en Kosjeleva waren dodelijk aan het net. Levensgevaarlijke vrouwen die met één klap een volwassen bizon neerslaan.

Hoewel Flier tegenwoordig meer als reservespeelster door het leven moet, werd zij na de verloren drie sets als boegbeeld van het Nederlandse volleybal voor de camera gesleept. „Ze waren ontzettend sterk en hebben ons gewoon overklast”, zei ze, nuchter analyserend.

Zo was het, hoewel de oranje sfeer op de tribunes soms anders deed vermoeden.

Laat het oorlog voeren in het buitenland maar aan de Russen over. De lange vrouwen met hun straffe Slavische koppen deden het zo (vrij naar de gefluisterde woorden van Flier): opstijgen, hoog boven de grond hangen, naar beneden kijken en boem.